Datasalon 7

Het moet begin 2009 geweest zijn tijdens een middagpauze in Het Salon -een lunchlocatie in de schaduw van de Boekentoren- toen Saskia, Patrick, Eva en ikzelf brainstormden over een uitbreiding van onze korte lunch- naar lange avondgesprekken.  We wilden ook meer mensen betrekken bij ons gespreksonderwerp: data.  De plek moest ergens in de buurt van bier zijn. De naam was gezien onze middagpauze-locatie snel beslist.

Twee jaar later, vrijdagavond 25 november ging de 7de editie van het Datasalon door in een achterzaaltje van de Vooruit in Gent. Het was een boeiende lange avond met 10 mensen die over hun eigen data-dingen vertelden.  Het Datasalon gaat in hoofdzaak over data in de bibliotheek- en informatiesector, maar deze keer ging het ook over tuinen, treinen en tanken.

Maarten Cammaert, 1 van de 3 ontwikkelaars van mijntuin.org nodigde ons uit om te experimenteren met de mijntuin-API en zo de user generated data te hergebruiken in andere omgevingen.

Pieter Colpaert, de man achter de iRail vzw, is bekend van zijn strijd voor open data.  Als ontwikkelaar bewees hij nog voor de NMBS zelf aan de slag ging, dat er interessante toepassingen mogelijk zijn met treinreisdata. Pieter heeft met Miel Vander Sande een ideale werkpartner gevonden om het open data gegeven te combineren met de technologie van het semantische web.  Ze werken samen met anderen aan The Datatank. Te kort samengevat is dat een aggregatie- en publicatieplatform voor open datasets.  Op 5 december wordt versie 1 van de DataTank publiek gemaakt.

De verhalen uit de biblioteek- en informatiesector gingen over nanopublicaties, unicode, experimenten bij BAM met het Google Data Protocol, midoffice-modellen in informatiebeherende instellingen en een het verband tussen semantiek en een 3D versie van de boekentoren.

Heb je ook een idee of verhaal over data? Volg dan de aankondiging van een nieuwe datum voor het Datasalon op twitter of via deze wiki.

Of, heb je een oplossing voor deze Unicode probleemsteling neem dan zo snel mogelijk contact op met Patrick. Hij zal je eeuwig en nog langer dankbaar zijn.

Creativity World Forum 2011

De lijst met sprekers voor het Creativity World Forum 2011 was indrukwekkend.  De 2-daagse in de Hasseltse Ethias Arena begon met het verhaal van Jimmy Wales, de oprichter van Wikipedia en eindigde met de filmregisseur Oliver Stone op het sprekerspodium. Daartussen waren grote en minder grote namen geprogrammeerd.

De voor mij twee interessantste en best gebrachte verhalen waren van Malcolm Gladwell en Scott Belskey. Auteurs van bestsellers die tonen dat ze naast schrijven ook boeiend kunnen vertellen. Beide storytellers brengen een verhaal op een manier dat het hun boeken overtreft door de boodschap compacter en met een persoonlijke gedrevenheid te brengen.

De boodschap van deze twee sprekers keerde terug in bijna alle andere verhalen. Om creatief en succesvol te zijn moet je

  • durven falen
  • kunnen focussen
  • hard werken
  • eigen ideeën zo vroeg en zo veel mogelijk delen met anderen
  • ideeën van anderen kopiëren
  • producten (van anderen) perfectioneren
  • denken binnen (financiële) beperkingen

Zowel Malcolm Gladwell als Scott Belskey hebben het over 3 types vernieuwers

  • Dreamers, Doers, Incrementalist (Scott Belskey)
  • Inventors, Tweakers, Implementors (Malcolm Gladwell)

De drie types hebben elkaar nodig om van een idee tot uitvoering of echte verandering te komen. Zelfs ideeën van dreamers of inventors bouwen altijd verder op ideeën van anderen. Malcolm Gladwell schreef het al in The New Yorker: Steve Jobs was een tweaker.

Creativiteit is meer dan een goed idee hebben. Het zit ook in de uitvoering en het verkopen van dat idee. Creativiteit is ook meer dan wat op de werkvloer gebeurt. We kunnen meer dan we beseffen uit de sociaal aanvaarde denk- werk- en leefpatronen stappen en ons leven creatief vorm geven.  Het verhaal over lifestyle design van Nomadz.nu, dat de eerste dag gebracht werd tijdens de 7 minuten lezingen, is daar een mooi voorbeeld van.

Het was opvallend merkbaar tijdens de gesprekken in de pauze dat de opzet om verder na te denken geslaagd is.

To sort or not to sort

Net zoals de architect van een gebouw een evenwicht probeert te vinden tussen inhoud, vorm en functie, zo worstelt elke informatie architect, bibliothecaris, … met het vraagstuk over de beste manier om informatie of een collectie in te delen.  Zeker bij publieke gebouwen van organisaties met brede doelstellingen en een divers publiek (lees openbare bibliotheken) is het moeilijk of onmogelijk om een systeem te ontwerpen dat iedereen goed bedient.  Meer nog, niet elk fysiek boek laat zich in de fysieke wereld gemakkelijk op 1 plaats indelen.
Stel dat auteurs rekening zouden houden met een classificatie bij het schrijven.  Zou dat niet gemakkelijker zijn?  Zoals fotografen een onderwerp, een reportage, een beeld-met-bijhorende-indeling dus, in gedachten hebben bij het maken van een foto. Ik ben geen fotograaf. Daarom heb ik mijn beelden hier gesorteerd op toestel en kleur.  Ik oefen wel om het anders te kunnen.

The Confusing Library by The Two Ronnies

The first Big Belgian Phoneography exhibition


I’m proud. Van de 4000 inzendingen voor The first Big Belgian Phoneography exhibition zijn 100 foto’s geselecteerd voor de tentoonstelling. 2 daarvan zijn van mij. Ik ben vooral fier als ik naar de jury kijk die de selectie gemaakt heeft:

Stephan Vanfleteren (fotograaf)
Verne (fotograaf)
Stine Sampers (fotograaf)
Christoph Ruys (ex-directeur fotomuseum, uitgever Lido)
Jan Desloover (chef fotografie De Standaard)
Sam De Bruyn (fervent Instagram-gebruiker)
Wouter Van Vaerenbergh (A&GALLERY)
Ben Van Alboom (A&GALLERY)
Eline & Hanne (Instameet)

En nog meer fier als ik zie wie tussen de andere geselecteerden zit.
Om er een paar te noemen: Sarah Eechaut, Johannes Marcus, Evy Menschaert, …

 

Mijn 2 geselecteerde foto’s

Privacy Zuckering


Er wordt veel gesproken over privacy, of het gebrek daaraan, op Facebook of andere sociale mediakanalen. Ik heb daar een mening over.
Het zijn niet de platformen of de tools die we moeten veroordelen voor het beroven van onze privacy. Hiermee wil ik geen pleidooi voor Facebook houden, maar wel een pleidooi voor ons eigen bewustzijn.

Je kan er best van uitgaan dat wat je op het internet zet altijd publiek is. Vergelijk het met een postkaart zonder omslag. Je stuurt het aan een bepaald adres of persoon, maar onderweg kan het ‘ongewild’ door anderen gelezen worden. Ook een postkaart mét omslag kan ‘ongewild’ geopend worden.

Op Facebook praten, is door een microfoon praten. Daarna jammeren over anderen die mogelijk te veel over je weten omdat de privacy-settings nog maar eens gewijzigd zijn, is niet de juiste klacht.

Wat we Facebook wel kunnen verwijten, is dat er een schijn van veiligheid en vertrouwen gecreëerd wordt. De vele privacy settings doen je geloven dat je alles zelf onder controle hebt.  Dit fenomeen is bekend als Privacy Zuckering, of

The act of creating deliberately confusing jargon and user-interfaces which trick your users into sharing more info about themselves than they really want to
Bron: Privacy Zuckering op de Dark Patterns wiki

Op de Dark Patters wiki vind je andere voorbeelden van hoe interfaces inspelen op de menselijke psychologie om te verleiden of te misleiden.  Dat gebeurt trouwens niet alleen op het internet maar ook in reclame, kleine versus grote letters in een contract, winkelopstellingen, …

Zaken waarmee ik een probleem zou hebben als iedereen ze hoort, leest of ziet zet ik niet op het internet. Ook niet in een schijnbaar beveiligde omgeving.  Er is maar 1 privacy instelling die ik zelf in de gaten probeer te houden, en dat is deze over wat anderen van mij online zetten. Want wat je wel of niet online kwijt wilt is een erg subjectief gegeven.  Als je vrienden daar anders over denken ben je gezien.

Blindspot Photocamp 2011

Fotografie is één van de vele dingen waar ik graag mee bezig ben.  Maar ook niet meer dan dat. Waarmee ik wil zeggen dat stilstaande beelden mij boeien en ik zelf graag iets probeer te doen met het vastleggen van wat ik rond mij zie.
Een opleiding fotografie is niets voor mij. Dat is voor mensen die zich willen vastbijten in de techniek, de inhoud, het materiaal, … Dat zijn mensen met talent die hoge ambities nastreven met die opleiding. Goed dat die mensen er zijn, anders konden we niet naar zoveel interessante beelden kijken en zouden er niet zoveel prachtige fototentoonstellingen zijn.

Fotografie-workshops zijn wel helemaal mijn ding. Daarom was ik bij de vroege inschrijvers van het Blind Spot Photocamp dat gisteren 10 september doorging op DOK Gent.  Op dit 1-daags foto-event was de voormiddag gevuld met het verhaal van van Titus Simoens over het project Miles Away,  gevolgd door een lezing van Martien Van Beeck over hoe we naar beelden kijken.
In de namiddag kregen we les van niet-de-minste fotografen. Bij het uitvoeren van een opdracht kregen we daarbij tips om tot betere resultaten te komen.  Het decor van DOK Gent was een gedroomde speelruimte voor deze oefening.

De workshop die ik volgde bij Johannes Marcus Vande Voorde was meer dan interessant.  Johannes vertelde gepassioneerd over het psychologische aspect van portretteren.  We kregen een oefening in het durven en moeten maken van keuzes.  Keuzes om tot een beeld te komen dat in je hoofd bestaat voordat het een afgewerkte foto is.

De dag was in vele opzichten heel geslaagd:

  • helemaal trouw aan de ambities van DOK om ruimte te voorzien voor creativiteit en experiment in Gent
  • passend bij de ambities van Blindspot om het accent te leggen op de inhoud van fotografie

En vooral ook een dag waarop je beseft hoe interessant de confrontaties zijn met veel verschillende mensen met evenveel meningen, enthousiasme en ideeën. Er werd zelfs over andere dingen dan fotografie gepraat.

What’s mine is yours : lenen is in!

Wie af en toe overvallen wordt door de vraag of bibliotheken nog een toekomst hebben, kan door het lezen van “What’s Mine Is Yours : how collaborative consumption is changing the way we live” een positieve kijk op de toekomst krijgen. Als je de Amerikaanse auteurs en onderzoekers Rachel Botsman en Roo Rogers mag geloven, leven we midden in een revolutie. Een revolutie waarin een ik-cultuur van overconsumptie door de Millennials of de Generation Y omgekeerd wordt naar een wij-cultuur waarbij het ‘bezitten’ ondergeschikt is aan het ‘beleven’, en waar ‘toegang’ het wint van ‘bezit’.

Collaborative Consumption, a new, emerging economy made possible by online social networks and fueled by increasing cost consciousness and environmental necessity.

Het boek start met een opsomming van enkele effecten van overconsumptie, met onder andere een verwijzing naar deze uitspraak van Viktor Papanek

There are approximately 50 million power drills in American homes. The average power drill is used for no more than 13 minutes in its entire lifetime. This doesn’t make a lot of sense when – as renowned designer Victor Papanek declared – it’s the hole you need, not the drill.

Collaborative Consumption staat voor de trend waarbij traditionele modellen zoals delen, lenen, huren, ruilen, schenken, … via het web een nieuw leven krijgen op een grotere schaal.  In het boek worden 3 verschillende uitingen van Collaborative Consumption beschreven:

  1. Product Service Systems
    “We don’t want the CD, we want the music it plays”.  De nieuwe consument is bereid om te betalen voor ‘toegang’ in plaats van ‘bezit’.
    Bibliotheken worden genoemd als voorbeeld van één van de oudste vormen van Product Service Systems.  Netflix wordt beschreven als voorbeeld van hoe een traditioneel bibliotheekmodel vertaald kan worden naar een online omgeving.
  2. Redistribution Markets
    “Temporary ownership” is in.  De 2de hands- en herverdeelmarkten zijn succesvol met eBay als bekend voorbeeld van hoe producten via het web verschillende levens krijgen.
  3. Collaborative Lifestyles
    Een gezamenlijke levensstijl waarbij fysieke ruimte, ervaring, talent, tijd, … verhandeld of gedeeld worden. Dit uit zich in modellen waar mensen rechtstreeks met andere mensen (peer-to-peer) handel drijven in heel diverse zaken: social-lending, social renting, time-banks, co-working-plekken, couch-surfing, tuin-delen, auto-delen, …

Het peer-to-peer verhandelen kent een groot succes bij deze 3 uitingen van Collaborative Consumption. Meer dan in merken wordt vertrouwen gezocht in wat andere individuen zeggen of aanbieden.  Oude instinctieve ideeën en handelswijzen worden gekoppeld aan nieuwe technologieën.

Het laatste hoofdstuk beschrijft onder de term Design Thinking hoe product & service- designers op deze evoluties kunnen inspelen. Er worden richtlijnen gegeven voor het succesvol uitbouwen van internetplatformen die collaborative consumption ondersteunen: extreem user gedreven, voorzien van gedistribueerde toegang met verschillende participatieniveaus, voortdurende vernieuwing van de interface, structuur aanbrengen door sociale connecties.  De beste platformen zijn onzichtbaar en moeten gebruikers een gevoel geven er alleen te zijn met diegene met wie ze een vertrouwensrelatie willen uitbouwen.

Waarom zou je nu bij het lezen van dit boek positiever worden over de toekomst van bibliotheken? Enkele losse bedenkingen:

  • Bibliotheken verschaffen toegang tot muziek, literatuur, informatie, film, ….
  • Mensen uiten hun imago niet meer alleen via een boeken- of muziekkast in de huiskamer.  Sociale netwerken zijn een publiek uitstalraam waar gecommuniceerd wordt over wat iemand gelezen, beluisterd of bekeken heeft. Praten over een boek, een film, … is een ervaring die in toenemende mate belangrijker geacht wordt dan een boek bezitten. “You are what you share”
  • Bibliotheken hebben een netwerk van leden.  Leden kunnen erkenning krijgen via dit lidmaatschap.“You are what you join”
  • Bibliotheken geven verschillende levens aan een product
  • Bibliotheken voorzien naast producten in diensten en ervaringen
  • Bibliotheken voorzien in ruimte waar mensen kunnen samenkomen om te lezen, muziek te beluisteren, op internet te surfen, om te werken of te studeren, … “een Third place

De trend om samen te studeren is in vele bibliotheken al merkbaar. In het boek wordt deze trend nog maar het begin genoemd van een revolutie waar mensen massaal op zoek gaan naar een third place waar het nuttige gekoppeld wordt aan het sociale: wasserettes met gratis wifi, een koffiebar en kunstwerken, gedeelte kantoorruimten voor zelfstandigen, …  .

Een goede vertaling van offline bibliotheekdiensten naar een online webomgeving is een belangrijk uitdaging voor de toekomst.  Het Design Thinking-proces “define, research, ideate, prototype, choose, implement, and learn” bestaat maar als het herhaald wordt.

Dit boek en de bijhorende website zijn een aanrader voor iedereen die nadenkt over hoe je als bedrijf, organisatie of netwerk kunt inspelen op de trend van collaborative consumption.

Ook verschenen in: META 2011/8

What’s mine is yours : lenen is in!

Wie af en toe overvallen wordt door de vraag of bibliotheken nog een toekomst hebben, kan door het lezen van “What’s Mine Is Yours : how collaborative consumption is changing the way we live” een positieve kijk op de toekomst krijgen. Als je de Amerikaanse auteurs en onderzoekers Rachel Botsman en Roo Rogers mag geloven, leven we midden in een revolutie. Een revolutie waarin een ik-cultuur van overconsumptie door de Millennials of de Generation Y omgekeerd wordt naar een wij-cultuur waarbij het ‘bezitten’ ondergeschikt is aan het ‘beleven’, en waar ‘toegang’ het wint van ‘bezit’.

Collaborative Consumpwhatsmineisyourstion, a new, emerging economy made possible by online social networks and fueled by increasing cost consciousness and environmental necessity.

Het boek start met een opsomming van enkele effecten van overconsumptie, met onder andere een verwijzing naar deze uitspraak van Viktor Papanek

There are approximately 50 million power drills in American homes. The average power drill is used for no more than 13 minutes in its entire lifetime. This doesn’t make a lot of sense when – as renowned designer Victor Papanek declared – it’s the hole you need, not the drill.

Collaborative Consumption staat voor de trend waarbij traditionele modellen zoals delen, lenen, huren, ruilen, schenken, … via het web een nieuw leven krijgen op een grotere schaal. In het boek worden 3 verschillende uitingen van Collaborative Consumption beschreven:

Product Service Systems
“We don’t want the CD, we want the music it plays”. De nieuwe consument is bereid om te betalen voor ‘toegang’ in plaats van ‘bezit’.
Bibliotheken worden genoemd als voorbeeld van één van de oudste vormen van Product Service Systems. Netflix wordt beschreven als voorbeeld van hoe een traditioneel bibliotheekmodel vertaald kan worden naar een online omgeving.
Redistribution Markets
“Temporary ownership” is in. De 2de hands- en herverdeelmarkten zijn succesvol met eBay als bekend voorbeeld van hoe producten via het web verschillende levens krijgen.
Collaborative Lifestyles
Een gezamenlijke levensstijl waarbij fysieke ruimte, ervaring, talent, tijd, … verhandeld of gedeeld worden. Dit uit zich in modellen waar mensen rechtstreeks met andere mensen (peer-to-peer) handel drijven in heel diverse zaken: social-lending, social renting, time-banks, co-working-plekken, couch-surfing, tuin-delen, auto-delen, …
Het peer-to-peer verhandelen kent een groot succes bij deze 3 uitingen van Collaborative Consumption. Meer dan in merken wordt vertrouwen gezocht in wat andere individuen zeggen of aanbieden. Oude instinctieve ideeën en handelswijzen worden gekoppeld aan nieuwe technologieën.

Het laatste hoofdstuk beschrijft onder de term Design Thinking hoe product & service- designers op deze evoluties kunnen inspelen. Er worden richtlijnen gegeven voor het succesvol uitbouwen van internetplatformen die collaborative consumption ondersteunen: extreem user gedreven, voorzien van gedistribueerde toegang met verschillende participatieniveaus, voortdurende vernieuwing van de interface, structuur aanbrengen door sociale connecties. De beste platformen zijn onzichtbaar en moeten gebruikers een gevoel geven er alleen te zijn met diegene met wie ze een vertrouwensrelatie willen uitbouwen.

Waarom zou je nu bij het lezen van dit boek positiever worden over de toekomst van bibliotheken? Enkele losse bedenkingen:

Bibliotheken verschaffen toegang tot muziek, literatuur, informatie, film, ….
Mensen uiten hun imago niet meer alleen via een boeken- of muziekkast in de huiskamer. Sociale netwerken zijn een publiek uitstalraam waar gecommuniceerd wordt over wat iemand gelezen, beluisterd of bekeken heeft. Praten over een boek, een film, … is een ervaring die in toenemende mate belangrijker geacht wordt dan een boek bezitten. “You are what you share”
Bibliotheken hebben een netwerk van leden. Leden kunnen erkenning krijgen via dit lidmaatschap.“You are what you join”
Bibliotheken geven verschillende levens aan een product
Bibliotheken voorzien naast producten in diensten en ervaringen
Bibliotheken voorzien in ruimte waar mensen kunnen samenkomen om te lezen, muziek te beluisteren, op internet te surfen, om te werken of te studeren, … “een Third place”
De trend om samen te studeren is in vele bibliotheken al merkbaar. In het boek wordt deze trend nog maar het begin genoemd van een revolutie waar mensen massaal op zoek gaan naar een third place waar het nuttige gekoppeld wordt aan het sociale: wasserettes met gratis wifi, een koffiebar en kunstwerken, gedeelte kantoorruimten voor zelfstandigen, … .

Een goede vertaling van offline bibliotheekdiensten naar een online webomgeving is een belangrijk uitdaging voor de toekomst. Het Design Thinking-proces “define, research, ideate, prototype, choose, implement, and learn” bestaat maar als het herhaald wordt.

Dit boek en de bijhorende website zijn een aanrader voor iedereen die nadenkt over hoe je als bedrijf, organisatie of netwerk kunt inspelen op de trend van collaborative consumption.

Ook verschenen in: META 2011/8