Het internet als echokamer

Zoeken moet snel gaan. Wat we niet vinden op de eerste pagina van een Google-zoekresultaat bestaat niet. We gaan er van uit dat Google weet we bedoelen. Daarom verwachten we het juiste antwoord bovenaan. Opnieuw zoeken in miljoenen antwoorden is niet aan de orde. In vele gevallen is het zo dat het voor-ons-juiste antwoord bovenaan staat. Dat komt omdat Google ons heeft leren kennen door de sporen die we achterlaten op het internet. Elke online handeling wordt geregistreerd en onthouden. Zo creëren we ons eigen universum van waarheden en blinde vlekken.

De filter bubble

Eli Pariser
waarschuwt in zijn boek The Filter Bubble voor de gevaren van ons “personal ecosystem of information”. We hebben het idee dat we alles zien, maar we bekijken het internet door een filter waarvan we zelf niet (meer) weten hoe die is samengesteld. Meer nog, we weten ook niet hoe we de filter kunnen afzetten. Pariser benadrukt het feit dat we daardoor een gebrek krijgen aan alternatieve meningen door bijvoorbeeld ooit een artikel over Obama te verkiezen boven een artikel over Romney.

A world constructed from the familiar is a world in which there’s nothing to learn
Eli Pariser in The Economist, 2011 

Het concept van de filter bubble is vergelijkbaar met de relevance paradox. De relevantie wordt berekend door feiten buiten beschouwing te laten. Terwijl dit ook feiten zijn die mee bepalen wat relevant is.

The friendly world syndrome en de echokamer
De bubbel die we zelf creëren geeft ons een geluksgevoel omdat het internet een spiegel wordt van onze eigen interesses en die van onze vrienden. Dean Eckles spreekt in deze context over The Friendly World Syndrome. Op Facebook kunnen we alleen maar dingen leuk vinden. Dat maakt de barrière voor een kritisch discours groter, en de drempel voor impulsieve stellingen kleiner. Het belang van een bericht wordt berekend op basis van de meeste “likes”.

Participants in online communities may find their own opinions constantly echoed back to them, which reinforces their individual belief systems.
How the echo chamber impacts online communities, Wikipedia 

Heb je je ooit afgevraagd waarom bepaalde updates van Facebook-vrienden wel of niet getoond worden? Dat beslist Facebook voor jou op basis van de sporen die jij en je vrienden achterlaten. Hoe dat juist werkt is onduidelijk. Door opties aanpasbaar te maken, krijg je een vals gevoel van controle. Het effect van die aanpassingen is een maand later misschien anders, dus geven we ons uiteindelijk over aan de machine die voor ons beslist.

If we never click on the articles about cooking, or gadgets, or the world outside our country’s borders, they simply fade away. We’re never bored. We’re never annoyed. Our media is a perfect reflection of our interests and desires
Eli Pariser in The Filtre Bubble, 2011

Een machine-mens
Bij alles wat je online doet laat je sporen achter: een link aanklikken, een zoekwoord gebruiken, de tijd tussen een zoekresultaat en de klik naar een website, de personen aan wie je gelinkt bent, de commentaren en vind-ik leuks, een tweet of statusupdate, een blogbericht, de foto’s en filmpjes die je online zet, de plaatsen waar je incheckt, boeken die je online koopt of leest, de taalinstellingen van je browser, de plaats vanwaar je surft, … Elk spoor afzonderlijk lijkt onschuldig. Alle sporen samen zeggen meer over jezelf dan wat je wilt prijsgeven op het internet. Om nog niet te spreken over hoe interessant deze conclusies zijn voor adverteerders. Het internet is een lerend platform waar een machine-mens met berekende kennis in dialoog gaat met echte mensen. Ik ben er zelf niet uit hoe blij we daarmee moeten zijn.

P.S. als je dit artikel interessant vond, dan ben je *zeker* ook geïnteresseerd in social graphs en interest graphs

De inhoudstafel is een boek aan het worden

We kennen Google als een zoekmachine die de inhoud van websites indexeert en presenteert als zoekresultaten. De index van Google is daarmee voor velen de inhoudstafel van het internet. Het doel van een inhoudstafel (index) is: mensen zo snel mogelijk bij de gewenste passage (website) brengen. Het succes van Google is bijgevolg meetbaar als “hoe sneller iemand weg is, hoe beter we geholpen hebben”.
Dat snel willen doorsturen is aan het veranderen.

Op Google.com merk je hoe Google van een inhoudstafel naar een boek aan het evolueren is.  Een aantal van deze veranderingen werken nog niet op Google.be, daarom hier enkele voorbeelden.

Een kookboek
Stel je bent op zoek naar recepten met een specifiek ingrediënt. Als je deze zoektocht start op Google.com, dan kan je het zoekresultaat filteren op “Recipes”. Daarna word je nog altijd doorverwezen naar websites, maar ze zijn gepresenteerd als een on-the-fly samengestelde recepten-website of een kookboek met een interessante inhoudstafel: recepten geordend op kooktijd of het aantal calorieën. Er is ook de mogelijkheid om recepten te kiezen waar bepaalde ingrediënten niet in voorkomen.

Productvergelijkingen
Stel je wilt een iPad case kopen zonder daarvoor alle websites met hun eigen zoek(on)mogelijkheden afzonderlijk te bekijken. Filter dan via Google.com op Shopping en je krijgt een productcatalogus met ook hier de best mogelijke filter-opties: prijs, merk, categorie, … Wil je het in de winkel zelf kopen, of je verzendkosten beperken? Geef dan je locatie door.
Na het kiezen van een product gaat Google verder, met een productpagina alle geaggregeerde data voor jouw verzameld heeft op een overzichtelijke manier.

Een boekencatalogus
Een boek zoeken? Filter je Google-resultaat op boeken en je krijgt aangepaste keuzemogelijkheden die gelijken op de zoekmachine van een bibliotheek. Deze keuzepagina wordt gevolgd door een boekenpagina van Google waar je opties krijgt om te kopen, te lenen of de tekst in te kijken, …

Gevolgen
De tijd die we doorbrengen op individuele websites om een productkeuze te maken, zal mogelijk verschuiven naar een andere plaats. Mensen zullen daardoor minder “binnenkomen” via de homepagina, maar landen op een productpagina. Google is het uitstalraam of de keuzepagina’s van websites aan het overnemen. Hoe lang zal het nog duren voor de koop-knop ook op deze “resultaten”-pagina’s staat? In dat geval zullen we de website van de aanbieder mogelijk niet meer bekijken.
Moeten we dit erg vinden? Ja, als we ons succes teveel meten aan het aantal bezoekers op de eigen website.

Conclusies
Publiceren op het internet is meer dan het publiceren van een website. Het is nodig om ook aandacht te hebben voor het publiceren van (zoek)machine-leesbare gegevens of metadata over elk afzonderlijk product. Heb je geen voldoende gedetailleerde beschrijvingen van je producten? Pech, dan zal je niet zichtbaar zijn op de plaats waar sommigen hun keuze maken. Kwalitatieve metadata produceren is het nieuwe promotie voeren. Denk daarom 2x na vooraleer je een folder laat drukken of een banner gaat publiceren. Het produceren van gedetailleerde en kwalitatieve productbeschrijvingen is een investering die ook op lange termijn kan renderen. Denk maar aan het inzicht dat je ermee kunt krijgen in de interesses van je klanten.

Gisteren, 16 mei 2012, is de Knowledge Graph van Google voorgesteld. Dat is een stap verder in dezelfde richting. Data worden omgezet naar informatie. De zoekmachine is niet meer alleen een inhoudstafel, maar ook het boek.

P.S. Dit artikel gaat over het semantische web, microformats, linked data, schema.org, … maar die woorden zijn niet gebruikt omdat daar al veel over geschreven is door anderen.

Moeder, waarom zoeken wij?

Zoeken is mijn passie en beroep. Het boeit mij om na te denken over de snelste manier om dingen te vinden. Of, hoe je tijdens een zoektocht interessante dingen kunt tegenkomen die je niet zocht. Bibliotheken waren voor mij lange tijd de speelplaats om me al zoekend-naar-antwoorden of nieuwe dingen uit te leven. Op de bibliotheekschool heb ik geleerd hoe erg er nagedacht is over ordeningssystemen om het zoeken in grote collecties te vereenvoudigen. Tijdens mijn werk voor de bibliotheeksector heb ik mee nagedacht over die systemen en ze vertaald naar zoekoplossingen voor het internet. Als informatie architect in een webbedrijf heb ik mijn speelveld verruimd naar alle sectoren die gegevens met een specifiek doel publiceren op het internet.

Wat me vandaag het meeste boeit, is het achterhalen van zoekintenties. Waarom surft iemand op het internet? Wat willen mensen doen of zoeken op een specifieke website? Hoe kan je daarop inspelen? Kan je iemand zijn intentie veranderen? Evolueert ons zoekgedrag door trends, of zijn trends het gevolg van een evoluerend gedrag? In een sector waar verandering de enige constante is, kan je leren uit het zoeken naar de constantes die schuil gaan achter die veranderingen. Alles wat we doen, doen we met een bepaalde intentie. Dat is ook zo op het internet. Enkele constantes in ons gedrag op het internet zijn:

  • Known item searches: ik weet exact wat ik zoek
    Bv. ik wil via Amazon.com de gedrukte versie van de biografie van Steve Jobs in het Engels bestellen
    ik wil via de website van de NMBS zoeken wanneer de eerstvolgende trein van Gent naar Brussel vertrekt, …
  • Semi known item searches: ik weet ongeveer wat ik zoek
    Bv. ik zoek informatie over musea in Berlijn, ik wil mijn citytrip naar Berlijn online boeken, …
  • Discovery ik ben op zoek naar inspiratie
    Bv. ik wil mijn keuken herinrichten en zoek online naar inspiratie
  • Experiences: ik ben op zoek naar afleiding, sociale interactie, ontspanning, competitie, vrienden, …

Het is interessant om te beseffen dat je met slim georganiseerde websites een intentie kunt wijzigen. Amazon is daar het schoolvoorbeeld van: ook al weet je exact wat je wilt kopen, de kans is groot dat je (nog 2 of meer) andere dingen koopt omdat er ingespeeld wordt op de interesses die je blootgeeft met je zoekhistoriek en aankoopbeslissingen. Bij het zoeken naar inspiratie om je meubels te verplaatsen, bestaat de kans dat je beslist om een volledig nieuwe keuken te kopen. Het kan nog drastischer: tijdens het boeken van een citytrip naar Berlijn kan je afgeleid worden door een vacature in de reissector en online solliciteren in plaats van een reis boeken. Misschien was je echte intentie in dit geval het zoeken naar verandering in je leven.
Sociale media spelen in op de non-search experiences. Het zijn plaatsen waar je naartoe gaat als ontspanning, op zoek naar sociale interactie, … Het zijn ook de plaatsen bij uitstek die onze gedragsintentie beïnvloeden. Wat begint als het zoeken naar afleiding kan overgaan in het online kopen van een boek waarover iemand iets zegt op Facebook, het lezen van een artikel dat aanbevolen wordt door iemand uit je professionele netwerk, …

Een goed opgebouwde informatie architectuur houdt bewust rekening met menselijke intenties. Wat je vandaag ziet is nog te dikwijls gebaseerd op het kunnen of niet kunnen van de onderliggende technische structuur en/of de makers. Evengoed zijn het ook organisaties of bedrijven die niet duidelijk weten of kunnen kiezen op welke intentie(s) ze het meest willen inspelen en zich daardoor laten leiden door de mogelijkheden van bestaande systemen. Als resultaat hiervan krijg je producten waarvan het doel niet duidelijk is. Er wordt op alle intenties een beetje ingespeeld, en op elk scherm kan alles.
Mijn pleidooi is om meer te durven spreken over de menselijke aspecten. Nu de techniek nog zo weinig grenzen heeft.

Waar kan ik mijn boeken inruilen voor e-boeken?

© http://www.home-designing.com/

© home-designing.com

Ik lees veel tekst. Ook boeken. Ik lees boeken die op papier gedrukt zijn, en ook digitale boeken op het scherm van mijn computer, smartphone, tablet en e-reader.

Soms koop ik boeken, vooral gedrukte boeken. Het gevolg van dat kopen is soms ballast. Ballast van dingen die je eens-gelezen nooit meer aanraakt. Sommigen vinden boeken in huis mooi om te zien. Ik vind dat ook, maar het is niet zo dat ik alles wil blijven zien wat ik ooit gekocht of gelezen heb. Er is een kleine selectie van boeken die ik om een bepaalde reden wil houden. En toch heb ik een te grote kamer vol boeken. Dat komt omdat ik boeken ook bewaar vanuit het idee ze nog opnieuw te willen lezen, of er iets in op te zoeken. Het is dus niet om die boeken ten allen tijde te kunnen ‘zien’.

Voor mij zou het gemakkelijker zijn om boeken weg te doen als ik de inhoud ervan digitaal zou hebben. In een goed georganiseerde digitale bibliotheek is zoeken gemakkelijker en heb je de inhoud op veel meer plaatsen bij de hand dan enkel in die ene kamer-vol-boeken.

 

Vandaar de vraag: kan ik mijn fysieke boeken ergens inruilen voor hun digitale variant?

Ik werk al lang genoeg in de boeken-, bibliotheek- en IT-wereld om te beseffen dat dit in mijn leven nooit zal gebeuren. Er zijn nog altijd organisatorische, juridische, technische en andere obstakels waardoor we met veel balast blijven zitten. Goed dus dat boeken ook mooi zijn om naar te kijken.

 

 

 

Werelddag Informatie Architectuur in Gent

Het nadeel van zelf iets te organiseren, is dat je geen tijd hebt om er op tijd over te bloggen. Bij deze nog een laat schrijfsel over de Informatie Architectuurdag op 11 februari 2012 in Gent om te zeggen dat wie er niet bij was iets gemist heeft.

Eerst was er het idee om mensen samen te brengen die bezig zijn met informatie architectuur. Daarna bleek dat die behoefte ook bestaat in andere landen, en dat er zelfs een dag voor in het teken werd gesteld: the World IA Day.

Een website, enkele sponsors en tweets later hadden we een evenement met 75 inschrijvingen en 25 sprekers. Jammer voor de 20 laatsten, want die kwamen door het onverwachte succes en het daarbij horende plaatsgebrek op de reservelijst.

Die zaterdag op de Voorhavenlaan was -al zeg ik het zelf- een topdag.  Wat ik eruit geleerd heb is dat zo’n dag opzetten veel tijd kost, maar dat het die tijd absoluut waard is.  Vele mensen zijn in evenveel verschillende omgevingen met gelijkaardige dingen bezig en hebben de behoefte om daar met elkaar over te praten. Het succes van Twitter is grotendeels vanuit deze behoefte verklaarbaar.  Het is ook dankzij Twitter mensen na een virtuele ontmoeting goesting krijgen om elkaar in het echt te zien om te kunnen praten in zinnen die langer zijn dan 140 karakters.

Een vervolg?

Uit goede bron heb ik vernomen dat er een vervolg komt. Volgend jaar, in een stad waarvan de naam ook 4 letters telt, de eerste 3 letters zijn dezelfde als GENt.

De sfeer

Met dank aan LBi

De inhoud

Enkele presentaties

Meer presentaties

Wat anderen schreven

Thomas Troch, Koen Verbrugge, Sven Demeyere, Ilse Jansoone, Gino Lardon

Dankuwel!

Bedankt aan alle sprekers, het keuken- en barpersoneel, de sponsors, cameramannen, fotografen, mijn collega’s geluidsmannen, netwerkbeheerders, moderators, portiers, en de geïnteresseerde, kritische, zeer kritische en minder kritische luisteraars.

Jane Birkin

Jane Birkin was in Gent gisteren.
‘s Morgens heeft ze gewandeld door het centrum zonder herkend te worden,
zo zei ze ‘s avonds in de Handelsbeurs.
Ik zou ze ook niet herkend hebben als een bijna 66-er.

Ze huppelde 2 uur lang vrolijk en soms ook minder vrolijk op het podium.
Ze werd geleid door top-muzikanten uit Japan. Haar zang was zoals we weten geen voorbeeld van perfectie.
Emotie en uitstraling kunnen veel goed maken, en zo ging dat tijdens het concert.
Het niet meer zo jonge publiek was wel onder de indruk. Ik ook.

Comfort Zone

© rcallewaert

 

Het is niet meer in om te zeggen:
ik kan iets niet, ik durf iets niet, of ik heb geen ervaring
Dat klinkt negatief.

Je zegt wel:
ik stap uit mijn comfort zone
Dat klinkt positief.

Want daarmee zeg je:
ik durf

Ook al denk je:
ik kan het niet, ik durf niet, of ik heb te weinig ervaring

En falen hoort daarbij. Dat is in tegenwoordig.

 

 

ShelfLife, een voorbeeld van innovatie

Bibliotheken en Open Data, het ligt voor de hand dat dit samengaat toch?  Een voorbeeld dichtbij is de bibliotheekcatalogus van UGent waar download & api als een mogelijk gebruik vernoemd is op de website. Naast de standaardfunctionaliteit om te zoeken kan je de data dus ook los van de UGent interface benaderen en er zelf een toepassing op bouwen. De open data, of de voorwaarde om te innoveren, is er dus.  De innovatie zelf is meestal geen automatisch gevolg van het openstellen van datasets. ShelfLife, is daarom een interessant voorbeeld.  Het is een vernieuwende front end toepassing op de open dataset van LibraryCloud.

Shelflife is a community-based wayfinding tool for navigating the vast resources of the combined Harvard Library System. It enables researchers, teachers, scholars, and students to find what they need and help others learn from them and their paths.

ShelfLife is niet alleen interessant omdat het een relatief uniek voorbeeld is, het is ook interessant omdat één van de projectbezielers David Weinberger is die zijn ideeën uit Everything is Miscellanous verwerkt in een interface om boekencollecties te visualiseren.  In ShelfLife wordt geëxperimenteerd met het verband tussen ordening in fysieke en digitale omgevingen. Er wordt vertrokken vanuit de metafoor van een boekenrek.

Zoeken zonder nekpijn
ShelfLife is een digitale toepassing. Er zijn bijgevolg geen grenzen met betrekking tot ruimte of ordening. Daarom liggen de boeken in dit rek neer. Dat is de eenvoudigste manier om de rugtitel op een boek te lezen.  Boeken zo stapelen in een bibliotheek zou problematisch zijn omwille van plaats, de zwaartekracht en het uitlenen van het onderste boek uit de stapel. De beperkingen van een fysieke ruimte bezorgen ons keer op keer nekpijn na een lang bezoek aan een bibliotheek of boekhandel.

Old & new, of bekend en onbekend
Het vasthouden aan de old-fashioned presentatie van een boekenrek wordt door David Weinberger verdedigd vanuit het creëren van context. Een publicatie of werk ontleent zijn betekenis niet alleen aan zichzelf, maar ook aan de relatie met andere werken. Deze relaties zijn in het digitale oneindig. Elk kenmerk van een object is een potentieel ordeningscriterium. Dat weten we al langer, maar de moeilijkheid is om deze oneindigheid aan mogelijkheden om te zetten in een intuïtief bruikbare interface. Het creëren van een herkenbare ervaring is de tweede reden om te vertrekken vanuit het boekenrek als “familiar metaphor”.

Ordening is meer dan volgorde
In ShelfLife worden heat maps gebruikt om de populariteit van een werk weer te geven. De diepte van het kleur blauw varieert naargelang de mate van populariteit. Deze variabele wordt berekend op basis van de vele metadata die beschikbaar zijn via LibraryCloud: aantal uitleningen van een werk, aantal bibliotheken met het werk in de collectie, aantal kopieën van het werk per bibliotheek, aantal user ratings of tags, aantal keer toegevoegd aan een leeslijstje, … De aantallen worden opgeteld als de ShelfRank*.  De ShelfRank is samen met andere kenmerken bepalend voor de StackView. Er worden dus ordenings- of betekenislagen toegevoegd aan de volgorde.

Stack View from Harvard Library Innovation Lab on Vimeo.

Context is king

Weinberger sees value in collecting as much information as possible about the usage of works, because that adds to the contextual richness

Met ShelfLife is het mogelijk om een persoonlijke context te creëren.  Door het transparant maken van de ShelfRank kan je bijvoorbeeld kiezen voor een rangschikking op basis van kenmerken van bibliotheekmedewerkers, lezers, Wikipedia, …
De interface nodigt je uit om zoekacties te bewaren zodat het zoekpad naar een titel helpt bij het creëren van nieuwe contexten. Uiteraard word je via ShelfLife ook uitgenodigd om zelf de titels te taggen. Deze tags vormen een bijkomende context voor jezelf of voor anderen.

Mijn bibliotheek
Je eigen tags worden in een andere kleur weergegeven. Deze kleine ingreep maakt dat je persoonlijke bibliotheek meer zichtbaar wordt in dit grote geheel. Het maken van lijstjes is met de Collection Manager ontwikkeld als een ervaring die het fysiek ordenen simuleert: boeken kunnen versleept of verplaatst worden binnen je persoonlijke collecties.
Zoekresultaten in ShelfLife kunnen gefilterd worden op de collectie van je eigen lokale bibliotheek (als die meewerkt aan het LibraryCloud project). Elke filtering kan gewidgetized worden. Dit betekent dat bibliotheken een ShelfLife-view op de lokale collectie kunnen embedden op de eigen website.  Of, wil je als eindgebruiker een persoonlijke cluster van bibliotheken waarvan je lid bent als standaard zoekomgeving? Dat kan ook.

The sky is the limit, but less is more
Het idee is dat elke ordening en context die je kunt bedenken mogelijk moet zijn met ShelfLife. Stel dat er in de fysieke bibliotheek een rek is waarop alle publicaties staan die gebruikt worden in lessen aan de universiteit. Het is een interessante maar onpraktische ordening in een bibliotheek omdat het boek dan op een andere plaats niet meer kan gevonden worden. Dit soort beperkingen zijn er niet in het digitale.  In het digitale kan alles. Maar! Hoe presenteer je dit allemaal? Less is more als het gaat over usability. Het moet intuïtief blijven, en onze intuïtie is (groten?)deels gebaseerd op hoe we handelen in een fysieke omgeving.

Information Architecture is king
Hier wou ik dus toe komen ;-) De databerg is realiteit geworden. We pleiten voor open data. Er zijn protocollen, standaarden en concepten: linked data, het semantic web, … Maar er is een missing link: de link tussen data en personen.  Hoe kunnen we komen tot zinvolle en bruikbare interfaces die verder gaan dan het tonen dat iets werkt? De killer application is er nog niet. Ook niet met ShelfLife. Het is wel een interessant voorbeeld omwille van het experiment en de ideeën over ordening.

Van data- naar mensenstromen
De ideeën van ShelfLife kunnen naar elke sector getransponeerd worden. Stel dat alle data van onze openbare vervoersmaatschappijen open zouden zijn. Alle! Ook data die in ticket- en abonnementsystemen zit en mogelijk door de organisaties zelf nog niet volledig ontgonnen is. Met deze data zouden we toepassingen kunnen bedenken die ons suggereren welke trein we moeten nemen als we een uur zonder medepassagiers willen reizen. Die minder druk bezette treinen zouden wel eens drukker bezet kunnen worden. Of, hoe het visualiseren van datastromen ook mensenstromen kan beïnvloeden. Is dat niet boeiend?

* voor insiders: ShelfRank = (RoseRank -uitleendata <-toen nog niet beschikbaar)

LibraryCloud, een voorwaarde tot innovatie

LibraryCloud is een open metadata server die opgezet is door de Harvard Library Innovation Laboratory. Op de server worden metadata van bibliotheken en andere organisaties geaggregeerd en vrij beschikbaar gesteld als Linked Open Data en via API‘s. Het doel van LibraryCloud is om innovatief gebruik van collectie-data te stimuleren.

The aim is to enable completely unexpected disruptive innovation

Interessant omwille van de inhoud
LibraryCloud stelt meer dan 12 miljoen bibliografische records vrij beschikbaar, maar is vooral bijzonder omwille van het feit dat er naast de metadata over vorm en inhoud van de publicaties ook data over het gebruik van de bibliotheekcollecties beschikbaar is: o.a. uitleengegevens van de voorbije 10 jaar aan Harvard! De metadata-verzameling geeft info over het gebruik van titels in de lessen en reservaties door studenten.  Daarnaast zijn ook verwijzingen toegevoegd naar digitale versies en Wikipedia-boekenpagina’s. Als je nu zou denken dat dit enkel interessant is binnen een academische setting kan ik je geruststellen.  LibraryCloud bevat ook enkele miljoenen bibliografische records en bijhorende uitleendata van openbare bibliotheken: de San Francisco Public Library, de San Jose Public Libary en de Darien CT Public Library.
Wat nog ontbreekt is wat de lezers zelf over de collectie vertellen.  Daar is ook aan gedacht: er wordt een verrijking aangekondigd met gegevens uit het sociale boekennetwerk LibraryThing.

Interessant omwille van de open architectuur
LibraryCloud is opgezet als LAMP stack.  De gegevens zijn Linked Open Data compliant en er is een API.  De documentatie voor gebruik maakt de openheid compleet.

Interessant omwille van het vrij gebruik met respect voor privacy
LibraryCloud heeft de policy om data alleen te accepteren als die zonder licentie publiek bruikbaar zijn. Data met user-ID’s worden niet aanvaard uit respect voor de privacy. Aan bibliotheken die uitleengegevens doorsturen wordt gevraagd om de leners-ID’s en -namen te verwijderen. Het tijdstip van uitlening, en andere kenmerken die nuttig zijn voor het herkennen van patronen, zijn wel onderdeel van de dataset.

Interessant omwille van het vervolg
Veel data in de bibliotheeksector zitten -soms zelfs voor eigen gebruik- opgesloten in systemen die onderhouden worden door softwareleveranciers die hun eigen tempo, voorwaarden en ideeën als norm voor vooruitgang hanteren. Als data los van een systeem open beschikbaar gesteld worden kan iedereen mee de innovatie mee bepalen. Een blik van buitenaf kan verrassende inzichten en ideeën opleveren. Meer nog, het verrijken van geïsoleerde data met andere datasets kan nieuwe informatie en inzichten opleveren.

Open data voorzien, is geen innovatie op zich maar een voorwaarde tot innovatie. De gevolgen van LibraryCloud zijn daarom misschien wel het meest interessante deel van het verhaal.
En, er zijn al enkele toepassingen en experimenten met de LibraryCloud data.  Meer daarover in deze post!

The power of digital disorder

Binnenkort komt het nieuwe boek+blog Too Big To know van David Weinberger uit. Hoog tijd dus om samen te vatten waarom zijn vorige boek+blog Everything Is Miscellaneous een aanrader is voor iedereen die met organiseren van gegevens te maken heeft. Iedereen dus.
David Weinberger beschrijft hoe we doorheen de tijd gegevens of objecten op andere manieren zijn beginnen organiseren.  De veelheid aan content en objecten + de digitalisering en het internet hebben een belangrijke rol in deze evolutie.

De verschillende manieren waarop we dingen organiseren worden in het boek opgedeeld als:

  1. The first order of order – 1 ding op 1 plaats
    Dit is hoe we ons organiseren in de fysieke wereld, hoe we bijvoorbeeld onze kledij ordenen in de kast, het bestek in een lade, boeken in een boekenkast, …
    De first order of order is de fysieke ordening bij ons thuis, in een bibliotheek, in een winkel, …
  2. The second order of order - 1 ding op enkele plaatsen
    Dit is hoe we in de fysieke wereld de first order of order proberen te overstijgen door systemen te ontwikkelen die objecten op verschillende manieren terugvindbaar maken. Bij deze systemen wordt de ordening gescheiden van de fysieke objecten. Het meeste typische voorbeeld van de second order of order is de steekkaartencatalogus, of een fichebak.
    Bibliotheken maken hun collectie toegankelijk via papieren of digitale steekkaarten door verschillende ‘zoektoegangen’ te voorzien in de vorm van metadata: een titel, auteur, onderwerpen, …  Dit zijn afgesproken indelingen die zo consequent mogelijk toegepast worden.
  3. The third order of order - 1 ding op oneindig veel plaatsen
    Dit is hoe we digitale objecten kunnen organiseren.  Een digitale foto kan via oneindig veel tags of trefwoorden terugvindbaar gemaakt worden.  Een tekst of boek kan op elk woord doorzoekbaar gemaakt worden, … Er is geen vooraf bepaalde indeling afgesproken, de mogelijkheden van het digitale worden maximaal benut.

Ondanks de vele mogelijkheden van het digitale is onze geest nog grotendeels afgesteld op hoe we de fysieke wereld ordenen.  We maken mapjes op onze computer waarin we 1 foto, 1 tekst, … op een vaste plaats willen opbergen.  Maar onze digitale omgeving is niet langer de schijf van de eigen computer alleen.  Ons informatie universum is oneindig groot geworden.  Naast onze eigen computer is er de ondoorzichtige oneindig grote wanordelijke informatiewolk: het internet. In deze wanorde schuilt, zo zegt de auteur, net de grote kracht.

Ondanks al onze inspanningen om te ordenen blijft er altijd en overal een restrubriek. Dat zijn de moeilijk op te ruimen spullen, de documenten die overal en nergens thuishoren, een lade met keukengerei allerhande, een varia-rubriek in de bibliotheek, …  De ‘Miscellaneous’ in het verhaal van Weinberger staat voor alles wat zich moeilijk laat indelen. Zijn stelling is dat alles in de digitale wereld van het internet miscellaneous geworden is. Meer nog, door het maken van vooraf bepaalde indeel-keuzes sluiten we mogelijk relevante informatie uit.

De kracht van de wanorde schuilt in de mogelijkheden van onder andere het sociale web waar iedereen met eigen gekozen terminologie op vele verschillende manieren dezelfde of gelijkaardige objecten kan benoemen op sites als Flickr, YouTube, …. Deze digitale wanorde overstijgt de beperkt dimensionale voorindelingen en creëert de mogelijkheid om een eigen persoonlijke indelingen of filtering achteraf te maken.  Het feit dat daarbij verschillende terminologie gebruikt wordt voor gelijksoortige objecten is volgens Weinberger geen probleem, maar een verrijking van het internet.  Zijn nieuwe boek Too Big To know zal ingaan op de gevolgen van dit alles op de manier waarop we vandaag omgaan met kennis en informatie.

Everything Is Miscellaneous is geschreven in 2007, maar het onderwerp is nog altijd actueel. Het boek geeft een kader aan hoe we denken over ordening, en hoe we daar kunnen op inspelen om online en offline diensten te designen.  In het boek worden problemen geschetst waar we allemaal elke dag mee worstelen op onze eigen computer, op websites, in de winkel, in onze kast, …