:(

Not found.

Mijn haat-liefdeverhouding met e-mail

E-mail is een fantastische uitvinding! Ooit was de grootste bevrijding dat je, anders dan bij de telefoon, zelf kon kiezen wanneer je iemands bericht zou lezen én wanneer je een antwoord zou sturen. Die tijd is voorbij.

Sinds het internet letterlijk in onze achterzak zit, worden we geacht altijd en overal te kunnen reageren op een e-mail. Meer dan 4 uur wachten is voor sommigen voldoende reden om je telefonisch tot de orde te roepen: “heb je mijn e-mail gelezen?
Waarmee het grootste voordeel -kiezen wanneer je wil antwoorden- eigenlijk verdwenen is. Oja, er is ook nog het voordeel dat e-mailen min-of-meer gratis is, maar dat zorgt dan weer voor tonnen ongewenste berichten en spam.

Maar de belangrijkste reden voor mijn haatverhouding met e-mail is de onbeperkte lengte van een bericht. Schijnbaar onschuldig dringen berichten van een half boek-hoofdstuk je mailbox binnen. Voor je weet of het je leestijd waard is, is je tijd eraan opgegaan. En voor je het weet kom je in de verleiding om het antwoord in een minstens even uitvoerige stijl te formuleren. Als het kan misschien nog net iets langer zodat je betrokkenheid duidelijk blijkt. En voor je het weet is de dag om en heb je niets anders gedaan dan e-mails lezen en beantwoorden. Hoe druk je dan ook bezig lijkt te zijn, het geeft geen voldoening want je komt er zelden mee tot échte resultaten.

Mijn persoonlijke e-mail regels zijn:

  • Notificaties afzetten
  • E-mail lezen én beantwoorden inplannen
  • Zelf geen lange berichten of lange antwoorden sturen
  • Een bericht afsluiten met een vraag of aangeven dat het enkel ter informatie is
  • Zuinig omgaan met “cc”

 

Een stad vol creatieve ondernemers op Creativeville

Op 14 november was de Eskimofabriek in Gent het decor voor Creativeville, een evenement georganiseerd door Flanders DC. Het is geen toeval dat deze dag in Gent georganiseerd werd. Bij de opening vertelde schepen van ondernemen Matthias Declercq dat de creatieve economie in Gent goed is voor ruim 500 bedrijven,  die meer dan 6.000 mensen te werk stellen. Daarnaast oefenen nog eens 3.600 zelfstandigen een creatief beroep uit, bijna 18% van alle Gentse zelfstandigen.

Creativeville was een namiddag vol inspirerende lezingen en workshops. Het publiek van meer dan 500 deelnemers zag er gemiddeld erg jong uit. De sprekers brachten één voor één inspirerende en motiverende verhalen die de goesting om te kiezen voor zelfstandig ondernemen bijna alleen maar konden aanwakkeren. De ondernemers op het sprekerspodium waren:

  • Dirk Wynants (Extremis)
  • Leen Gysen (IPARC)
  • Jimmy Dewit (a.k.a. DJ Bobby Ewing en Discobar Galaxie)
  • Murielle Scherre (La Fille d’O)
  • Tony Le Duc (Minestrone uitgeverij)
  • Valentijn Destoop (Little Miss Robot)
  • Nico Vandevelde (productiehuis Hotel Hungaria)
  • Bruno Van Gils (Café Costume)
  • Delphine Deceuninck en Bart Cobbaert (denc!-studio)
  • Jens Mortier (Mortierbrigade)
  • Tom Van Dyck (productiehuis Toespijs)

Met hun concrete verhalen bevestigden de sprekers wat acteur en ondernemer Tom Van Dyck aan het einde van de dag vertelde

Hoe specifieker je een verhaal brengt, hoe universeler het is
(Tom Van Dyck)

De ondernemers waren het -ondanks het feit dat ze erg verschillende eindproducten verkopen- met hun specifieke verhaal allemaal eens over onderstaande punten:

1. de weg naar een succesvolle onderneming is moeilijk

Het pad naar succesvol ondernemen is geen weg vol rozengeur en maneschijn. Het is een keuze voor onafhankelijkheid die gepaard gaat met moeilijke zoektochten en leren door te falen.

Als je in alles wilt slagen, kies dan voor een beroep in loondienst
(Murielle Scherre)

Het falen omzetten naar leren en dit vertalen naar nieuwe oplossingen is de sleutel tot een succesvolle onderneming. Het klinkt aanvaardbaar maar toch moet je als ondernemer het falen ondergaan in een cultuur waarin we opgevoed en afgerekend worden op het moeten slagen.

2. het onderwijs in Vlaanderen leert ons te weinig commercieel denken

Veel van de sprekers hebben een artistieke scholing achter de rug. In hun opleiding was er geen gebrek aan het stimuleren van creativiteit, maar wel aan training in het zakelijke aspect om een creatief product in de markt te zetten. Meer nog, de publieke opinie in Vlaanderen is vaak negatief als het gaat over commercieel denken gaf Nico Vandevelde van studio Hongaria aan.

3. ondernemen is een passie, je zet een hobby om in een beroep

Wie de moeilijke weg van het ondernemerschap kiest doet het meestal uit een soort van gedrevenheid waarbij je van een hobby je werk maakt.

Als je van je hobby je beroep maakt, heb je geen hobby meer
(Jimmy Dewit)

De valkuil is inderdaad dat je alleen nog werkt. Jimmy De Wit van Dicobar Galaxie spreekt in die context over een belangrijk keerpunt in zijn carrière waarin hij zijn beroep als “werk” erkende en niet meer als hobby. Dat gaf hem de vrijheid om ook één of meerdere dagen te kunnen zeggen dat zijn werk niet leuk is.

4. je moet liefde voelen voor je vak, klanten, co-founders en medewerkers

Ondernemen is een zakelijk gevolg van het omzetten van gevoelens. Als zelfstandig ondernemer werk je keihard en velen ook 7/7 dagen. Dat kan je niet volhouden als je geen liefde voelt voor je vak, je klanten en je mede-oprichters. Liefde, eerlijkheid en transparantie werden aangegeven als voorwaarden om succesvol te zijn en het vol te houden in moeilijke periodes die er altijd zullen zijn.

5. een eigen bedrijf starten, is kiezen voor onafhankelijkheid

Ook al werk je als ondernemer voor klanten en ben je van hen afhankelijk, toch is een eigen bedrijf starten een keuze voor onafhankelijkheid. Je kiest je sector, je diensten, producten, mede-oprichters en medewerkers. Als je het goed aanpakt kies je ook je eigen klanten.

Vrijheid is graag doen wat je moet doen
(Jimmy Dewit)

Toch is het niet zo dat je als onafhankelijk ondernemer het stuur altijd in handen hebt. Zo waren er een aantal sprekers die getuigden van moeilijke perioden waarin een voorgenomen plan niet de gewenste uitkomst had. De meesten hadden ook veel meer tijd nodig om een product in de markt te zetten dan ze er zelf voor gepland hadden.

6. kies voor producten die een oplossing zijn op een specifieke vraag

Hoe beter je producten en diensten een oplossing zijn voor een nood van een specifieke doelgroep, hoe beter je die klantengroep zult bereiken. Alle sprekers hebben het gehad over marktonderzoek.

Een slecht verkopend product is geen probleem van de markt, maar wel van het product zelf
(Murielle Scherre)

Als er een klantengroep is die wacht op je product, dan mag de investering in marketing kleiner zijn. Er is altijd een publiek dat openstaat voor nieuwe oplossingen, zolang het maar een antwoord is op een bestaande vraag.

7. laat je ook na 3 jaar nog begeleiden

De voorbije jaren is er in Vlaanderen op vlak van subsidiëring en media veel aandacht voor starters. Maar een succesvol bedrijf runnen betekent ook doorgroeien en de kaap van 3 jaar overleven. Op het moment dat investeringen terugverdiend moeten worden en je een bedrijf wil laten doorgroeien is ook het moment waarop overheidssteun en media-aandacht ophouden. De kans dat een bedrijf noodgedwongen moet opgeven is groter als het 3 jaar bestaat. Op dit moment zou meer begeleiding welkom zijn.

8. creëer een product met een boodschap

Toeval of niet, maar alle ondernemers gaven aan dat ze zich onderscheiden van concurrenten door het brengen van een uniek verhaal: een verhaal met een boodschap. De tuinmeubels van Extremis zijn geen meubels maar “tools for togetherness”. De kostuums van Café Costume brengen één product in verschillende stijlen in plaats van vele producten in dezelfde stijl. Hun boodschap is om te tonen dat je met een generiek product ook kunt ontwerpen voor persoonlijkheden.  Jens Mortier wil zich met de Mortierbrigade onderscheiden door reclame te ontdoen van clichés en een verhaal met een boodschap te brengen.

9. je moet de beste willen zijn

Brian Wilson was er niet, maar het was Jens Mortier die zijn citaat aanhaalde

Lick the lollipop of mediocracy once and you’ll suck forever
Brian Wilson

Een drang naar perfectionisme en de beste willen zijn, is een karaktereigenschap voor ondernemers zo blijkt uit alle verhalen.

10. sta open voor de juiste ontmoetingen

Geen van de sprekers kon ontkennen dat een deel van hun succes te maken heeft met het ontmoeten van de juiste mensen op het juiste moment. Die ontmoetingen scheppen vaak kansen om het te maken als ondernemer. Maar het is wel de passie voor het ondernemerschap die ervoor zorgt dat je openstaat voor deze toevalligheden.

Om te ondernemen moet je een beetje zot of naïef zijn

Murielle Scherre gaf in haar persoonlijke getuigenis tenslotte nog deze belangrijke tip mee: is er een dag waarop je een dipje hebt en het niet meer ziet zitten als ondernemer? Luister dan naar Whitney Houston! Want zo zegt ze zelf

Alle ondernemers zijn een beetje zot of naïef
(Murielle Scherre)

 

 

© Foto’s van Flanders DC

Auto complete en auto suggest

Van gelijk welke digitale of online zoekomgeving verwachten we hetzelfde gebruiksgemak als wat we kennen van Google. De relevantiesortering en personalisering bij Google hebben ons doen geloven dat het beste antwoord bovenaan op de eerste pagina van een zoekresultaat staat.

Het gebruiksgemak bij het zoeken via Google heeft niet enkel met de sortering van de resultaten te maken. Het begint al bij het intikken van de eerste letter van je zoekterm. Door het presenteren van suggesties lijkt het alsof Google binnen de seconde al weet waarnaar je zoekt. Het is alleen nog een kwestie van die term te selecteren en hup daar staan instant de antwoorden.

Bovenop de zoektermsuggesties die er sinds 2008 zijn, is Google in 2010 gestart met met instant search. Bij instant search wordt extra feedback gegeven door de zoekresultaten bijna realtime aan te passen tijdens het intikken van een zoekvraag. De meeste mensen lezen sneller dan ze typen. Wie blind typt kan dus tijdens het zoeken de pagina met resultaten scannen (diagonaal lezen) en op basis daarvan meteen de zoekterm bijsturen. Het klikken op een knop om het zoeken te starten is niet meer nodig. Als de termsuggesties juist zijn is tikken zelfs bijna overbodig geworden.

Using Google Instant can save 2-5 seconds per search
Bron

We kunnen ons bijna niet meer voorstellen dat het ooit anders werkte op Google. Meer nog, Google heeft ervoor gezorgd dat we van gelijk welke andere zoekomgeving dezelfde ondersteuning verwachten. We gokken niet graag naar de juiste schrijfwijze van een naam. Als we niet geleid worden, worden we misleid doordat een foute schrijfwijze doet lijken alsof er niets te vinden is.

Niet elke zoekomgeving heeft evenveel data als Google en dat maakt het moeilijk om te bepalen hoe zoek-ondersteuning het best geïmplementeerd kan worden. De 2 meest gebruikte configuraties zijn:

Auto complete

Een auto complete wordt opgezet om suggesties te geven uit een (meestal gecontroleerde) lijst van termen waarvan het begin exact overeenkomt met de zoekterm.

Auto suggest

Het doel van auto suggest is om een ​​vrijwel onbegrensde lijst met gerelateerde zoekwoorden en zinnen voor te stellen die al dan niet exact overeenkomen met de zoekterm.

auto suggestauto complete

Gelijk welke implementatiemethode vereist dat er een uitweg voorzien wordt zodat je ten allen tijde ook de exacte zoekterm -zonder gebruik te maken van de suggesties- als query kunt lanceren. Bij Google worden auto suggest en auto complete gecombineerd met een gepersonaliseerde sorteerlogica. Probeer dit maar eens te evenaren. Als het niet lukt, kan je ook overwegen om je data goed te laten indexeren door Google en zo onrechtstreeks gebruik te maken van de functies en de snelheid die we daar gewoon zijn.

Wat zijn de UX-principes van Google?

Het werkgebied van User Experience kan het best omschreven worden als het zoeken naar methodes om impact te krijgen op menselijke emoties bij het gebruik van softwareprogramma’s, websites, een webwinkel of gelijk welke online dienst.

User experience (UX) involves a person’s emotions about using a particular product, system or service.
Bron: Wikipedia

Wat je bij software moet doen om van punt A naar B te geraken, hoe de tekst geschreven is die ons moet leiden, het zijn maar 2 van de vele interactie-aspecten die van belang zijn in een ontwerpproces. Als deze interactie menselijk aanvoelt dan zullen we het product of de website graag gebruiken. Google volgt enkele principes waaraan al hun producten moeten voldoen. Vanaf het begin tot vandaag proberen ze trouw te blijven aan deze filosofie. De manier waarop Google, samen met enkele andere groten de richting van het web bepaalt, is een voortdurende uiting van het extreem toepassen van hun basisfilosofie die samengevat is in deze “10 things”:

  1. Focus on the user and all else will follow
    Doe wat de eindgebruiker wil en de rest gaat vanzelf. Simpel toch? Maar hoe kan je die eindgebruiker tevreden maken, en wie is die eindgebruiker? Of, wie wil je dat die eindgebruiker is en waarmee wil je hem of haar tevreden maken? Hoe specifieker je deze vraag kunt beantwoorden, hoe beter je product zal zijn.
  2. It’s best to do one thing really, really well
    Veel websites zijn gemaakt met de ambitie om een aantal verschillende dingen te doen. Dat heeft dikwijls als gevolgd dat alles een beetje goed is, maar vooral ook dat je moeilijk in een oogopslag te weten komt wat je kunt doen en hoe alles in elkaar zit. Hoe sneller het doel van een website duidelijk is, hoe liever je bezoekers er zullen zijn. Dit principe kan je over de hele lijn doortrekken: ook een webpagina is gebaat bij één duidelijke focus. Eén boodschap per pagina brengen betekent keuzes maken over wat je weglaat. 
  3. Fast is better than slow
    Als je website traag is mag al de rest nog zo goed en mooi zijn. Als het traag werkt, zal de gebruikerservaring in zijn totaliteit als slecht beoordeeld worden.
  4. Democracy on the web works
    Google heeft het hierbij vooral over de volgorde waarin hun zoekresultaten gepresenteerd worden. Een website wordt hoog geranked als er veel anderen zijn die naar de website verwijzen. Het publiek beslist dus mee over wat het belangrijkste is.
  5. You don’t need to be at your desk to need an answer
    Het web en de toestellen waarmee we surfen zijn meer mobiel geworden. Als de dienst die je online brengt daar geen rekening mee houdt dan verlies je een (alsmaar groter wordend) deel van je potentiële publiek.
  6. You can make money without doing evil
    Google is business. Je kan adverteren tegen betaling, maar ook hier zijn principes vastgelegd die rekening houden met de basisfilosofie. Bij Google worden advertenties alleen getoond als er een verband is met de zoekvraag. De adverteerder weet dus niet op voorhand hoeveel keer zijn advertentie zal getoond worden, want de eindgebruiker blijft ook hier de hoofdrol spelen.
  7. There’s always more information out there
    Google streeft compleetheid na en is daarom voortdurend op zoek naar onontgonnen terrein. Dat ze ook boeken uit bibliotheekcollecties scannen past in deze ambitie.
  8. The need for information crosses all borders
    De volledige wereld en elke taal, dat is het werkgebied voor Google. Daarvoor hebben ze kantoren in meer dan 60 landen en onderhouden ze bijna 200 internetdomeinen in 130 verschillende talen. De  ontwikkeling van Google Translate kadert in deze ambitie.
  9. You can be serious without a suit
    De bedrijfscultuur van Google is informeel, en ook dat is deel van de basisfilosofie. Het doel? Creativiteit bevorderen en de juiste medewerkers blijven aantrekken.
  10. Great just isn’t good enough
    Een goed product is een startpunt en geen eindpunt. Als je het kunt waarmaken om een goed product voortdurend te verbeteren, dan pas kan je je onderscheiden van wat anderen doen. Nooit tevreden zijn is het motto.

Finding an answer on the web is our problem, not yours.
Ultimately, our constant dissatisfaction with the way things are becomes the driving force behind everything we do.
Bron: Ten things we know to be true

Heb jij voor wat je online doet een basisfilosofie? Als het nog niet zo is, leg het dan vast. Want eens je bezig bent geraak je snel afgeleid van je oorspronkelijke doel. Soms wil je iets snel in orde hebben of is er een technisch obstakel of kost iets teveel en voor je het weet ben je aan het afwijken van je wat je wou bereiken. En als het doel niet duidelijk is, dan zal de gebruikerservaring ook niet goed zijn.

Uitgeven en crowdfunding

Op een maand tijd heb ik al 2 keer betaald voor iets wat er nog niet is. Ik heb geld gegeven aan ideeën die via het internet aangekondigd worden en waar het publiek gevraagd wordt om de uitvoering ervan financieel mee te ondersteunen.

Een boek schrijven is voor een auteur altijd een beetje: ik heb een idee en ik ga veel, hard en lang werken in de hoop dat mijn verhaal uitgegeven wordt en daarna ook goed verkoopt. Alle betrokkenen nemen risico’s: de schrijver, de uitgever, de boekhandelaar en de lezer. Ja, want ook als lezer neem je het risico dat je betaalt voor iets wat je misschien niet graag zult lezen, of wat op de stapel te-lezen-boeken komt die uiteindelijk niet gelezen worden.

Crowdfunding is een manier om risico’s te beperken door de investering te verdelen over potentiële kopers en geïnteresseerde sponsors. Zo kan je als persoon of bedrijf mee betalen aan de uitvoering van iemands idee. Crowdfunding is buiten Europa, onder andere via platformen als kickstarter en indiegogo, al een 4-tal jaar één van de opties om een idee tot een product of bedrijf te laten groeien.

De ideeën waarvoor ik geld gegeven heb zijn de Correspondent en Zoë Eisenhoet. Het zijn 2 projecten die willen experimenteren met nieuwe vormen van uitgeven waarbij de zoektocht naar een leespubliek vòòr het schrijven gebeurt. De tekst wordt niet eerst op papier geprint om vervolgens in de winkel te wachten op lezers. Beide projecten willen verhalen brengen die in hoofdzaak via het web verspreid zullen worden. Voor Bruno Lowagie (oprichter van iText en internationaal gerenomeerd specialist op vlak van digitale bestandsformaten) is het mee financieren van het Zoë Eisenhoet verhaal een manier om te zeggen dat hij “tegen papierverspilling is“.

 

De Correspondent

de Correspondent

Zelf was ik meteen gewonnen voor het wie-wat-waarom verhaal waarmee de Correspondent online op zoek ging naar investeerders. Nieuws lees ik meer en meer online en daar ben ik, net zoals op papier, op zoek naar kwaliteit. Het web wordt nog altijd als een vluchtig medium omschreven, maar de toestellen die we vandaag kunnen gebruiken om online te lezen geven het comfort om los van een computertafel te genieten van langere teksten. De makers en bedenkers van de Correspondent zijn op dat vlak veelbelovend.  Bijna 19.000 investeerders hebben samen 1,3 miljoen euro gesponsord. Dat is meer dan 100% van het vooropgestelde startbudget, waarmee bewezen is dat er een publiek bestaat voor het idee en dat er bijgevolg een nieuw bedrijf kan gestart worden.

 

Zoë Eisenhoet

Zoë Eisenhoet

Het andere verhaal, dat van Zoë Eisenhoet, is fictie en zal meerdere dimensies omvatten. Het personage zal vanuit verschillende invalshoeken te volgen zijn: haar droom- en werkwereld zullen op individuele kanalen verschijnen, de gesprekken met lezers zullen mogelijk in het verhaal verwerkt worden en de aard van de sponsoring zal bepalen in welke landen het verhaal zich afspeelt en in welke vormen het zal uitgebracht worden. De ambitie van ianka fleerackers, auteur van het Zoë-verhaal, heeft ook meerder dimensies: onderzoek naar nieuwe vormen van uitgeven, een andere manier om lezers te bereiken, een alternatieve financieringsvorm zoeken en een nieuw genre in het leven roepen. Het Zoë Eisenhoet idee is nog maar recent bekend gemaakt en dus nog volop op zoek naar mede-sponsors.

Doen als manier van denken

Rondom mij merk ik veel schrik over de gevolgen van het internet op de traditionele markt van boeken, kranten en tijdschriften. De sector moet zichzelf, net zoals de muziekbusiness, opnieuw uitvinden en doet dit in vele gevallen nog door hard vast te houden aan wat bestaat en lange tijd succesvol geweest is zonder dat er nog over nagedacht moest worden. Een aantal mensen en organisaties zijn wel hard aan het nadenken over hoe alles zou kunnen veranderen, maar bij de uiteindelijke uitvoering worden weinig of geen risico’s genomen.

Daarom, en ook omdat ik graag lees, heb ik geld gegeven aan durvers die dingen doen als manier om na te denken.

Ben jij ook zo’n durver, of ben je blij dat anderen durven, dan kan je door het sponsoren van verhalen zoals dat van Zoë Eisenhoet meewerken aan een toekomst waarbij het web net zoals papier een middel is om verhalen bij lezers te brengen.

Waarom digitaal lezen niet altijd leuk is

Het is eigen aan een tijd van veel technologische verandering dat de technologie een gespreksonderwerp is. Een bewijs daarvan zijn de duizenden artikelen en meningen over tablets en e-readers. Goed dat hierover geschreven wordt, maar uiteindelijk is die technologie ondergeschikt aan de leeservaring. Wat we denken, doen en voelen bij het gebruik van een toestel is bepalend voor echte verandering.

Oliver Reichenstein beschrijft in een artikel van 14 leesminuten hoe digitale leeservaringen verbeterd kunnen worden. Enkele van zijn bevindingen worden hieronder geciteerd.

Een boek openen en lezen
Een verschil tussen analoog en digitaal lezen is de complexiteit die we moeten overbruggen om een tekst te “bereiken”. Op een leestoestel moet een boek geopend worden volgens de logica van een apparaat. Op het internet moet naar tekst genavigeerd worden volgens een logica van de website-maker. Als we een digitale tekst bereiken, voeren we meer synchrone handelingen uit dan bij het vasthouden van een boek en het omdraaien van papier. We lezen onder andere daardoor nog altijd sneller op papier dan digitaal.

If you are reading online, you descend multiple levels to reach the text. How much more complexity do you need once you reach the ultimate text layer? Why is it that once we reach the text, we hardly stay there for more than a couple of minutes?

Content-architectuur
De vormgeving en organisatie van content bepaalt of we ons graag, comfortabel en geconcentreerd door een tekst bewegen. Een boek zonder lege pagina voor het echte begin is als een huis zonder inkomhal. De cover van een boek kan even bepalend zijn als het uitzicht van een gebouw om het verschil te maken of je er wel of niet binnen wilt stappen. De samenvatting op de achterflap speelt een rol bij het kopen en lezen. De inhoudstafel is een houvast voor en tijdens het lezen zoals dat ook zo is met de bewegwijzering in grote ruimten. Ooit had ik het voorrecht om een roman-manuscript te lezen die in pakketjes verspreid over de tijd in mijn mailbox kwam. Ik heb de documenten niet afgedrukt maar digitaal gelezen. Het was niet het digitale lezen wat me in de war bracht maar het ontbreken van architectuur om het boek als een totaalervaring te beleven.

In books the transitions between the different levels or frames are clearly separated with empty pages. They act like airlocks. You know when you enter a new level, and when you leave it.
Just like a digital text, a printed text is embedded in different invisible frames through which you need to cross to get to the body text. There are various ways to embed text in a book, magazine or pamphlet.

Lezen is focussen
Lezen is een vorm van luisteren. Om goed te luisteren zijn ruimte en omgeving even belangrijk als de manier waarop iets verteld wordt. De vorm is naast de inhoud van belang om te kunnen focussen.

To be able to design a better reading experience at the most basic level, we have to understand how to bring digital reading into a form of continuity. And to get there we need to find out what makes and breaks continuity.

Zoals Oliver Reichenstein beschrijft is het niet zo dat het kopiëren van analoge leesmodellen de perfecte digitale leeservaring oplevert. De extra navigatiemogelijkheden die online mogelijk zijn, hoeven niet genegeerd te worden om een gefocuste leeservaring te designen.

De basis moet goed zitten
Veel digitale content mist een goede toepassing van de basis-elementen: leestypografie, bladspiegel en focus op tekst. Het is niet nodig om een blad papier na te bootsen. Het is zelfs niet nodig om het draaien van een blad papier na te bootsen. Er is wel meer aandacht nodig voor de opmaak en presentatie van tekst. Comfortabel lezen vraagt voldoende  ruimte tussen de letters en de tekstregels. Blanco ruimte naast de tekst is belangrijk. Niet elk lettertype leest even gemakkelijk. Verwijzingen naar 101 dingen die niet relevant zijn om de tekst zelf te begrijpen leiden af. Te kleine letters zijn vermoeiend om te lezen. Een slecht kleurcontrast tussen tekst en achtergrond doet lezers afhaken, … En niet te vergeten: grammaticaal gebruik van hoofdletters is van belang. (Ja, er zijn designers die hoofdletters niet mooi vinden, maar alleen kleine letters of alleen grote letters zijn vermoeiend om te lezen. Echt waar.)
Het is geen oplossing om alle opties instelbaar te maken en het leesdesign over te laten aan eindgebruikers. Wat er mooi uitziet is niet altijd hetzelfde als wat ergonomisch interessant is.

Good typography does not look nice to please type nerds. Primarily, well set type reads well. It captivates, leads along, and doesn’t let you escape: it creates continuity.”
“In a well crafted book every single letter has its correct position in the whole of the text body to guarantee maximum readability and — through this — continuity of the reading experience

Readability to the rescue
Het is vreemd om te zien hoeveel er geïnvesteerd wordt in online content en hoe weinig deze inhoud op een volwaardige manier gepresenteerd wordt. Waarom teksten produceren om ze te publiceren op pagina’s waar de tekst met moeite vindbaar is? Waarom wordt een webpagina ingedeeld in 10 of meer publicatiezones? (Ja, bekijk maar sommige blogtemplates. En inderdaad, ook deze tekst kan beter gepresenteerd worden.)

Ik gebruik vaak Readability om een online tekst beter te kunnen lezen. Met de “Read Now” optie van de Readability-browser plugin wordt de tekst van een webpagina op een leesbare manier getoond.Het is een oplossing. Maar het is een extra stap die ik liever niet nodig zou hebben.

 

Heb jij FOMO?

FOMO is de naam voor het gevoel van schrik om dingen te missen, of de Fear Of Missing Out. Het sociale web maakt ons meer dan ooit bewust van alles waar we niet bij zijn. Status-updates op Facebook, Twitter, Foursquare, Instagram… wrijven het live in ons gezicht: X zit met Y op restaurant en wat ze eten ziet er heerlijk uit, foto’s van dansfeestjes waar de ambiance op beeld er beter uitziet dan in het echt, iemand checkt in op een concert of tentoonstelling waarvan je niet op de hoogte was, tweets van conferenties waar je niet bij bent, …  Het lijkt erop dat mensen met hun status-updates en bijhorende beeld-bewijsmateriaal een doel hebben: anderen jaloers maken.


De momenten waarop je thuis bent met het plan om niets te doen zijn net ook die momenten waarop er tijd is om doelloos rond te hangen op het web. Op dat moment worden we geconfronteerd met de 101 leuke dingen die we aan het missen zijn. Het gevoel van dingen missen is niet nieuw, maar wordt versterkt doordat we met weinig inspanning veel kunnen zien en volgen. Het aantal mensen dat online in beeld is, is groter dan de groep mensen van wie je hun doen en laten volgt via regelmatig contact. Het real-time delen, de bijhorende locatie-gegevens, en de beelden versterken het gevoel iets te missen meer dan iemands verhaal van wat hij of zij gaat doen of gedaan heeft.

Wie heeft er last van?
Uit onderzoek van JWT Intelligence blijkt dat mannen meer last hebben van FOMO dan vrouwen. In januari 2012 werden 869 volwassenen en 60 jongeren uit de Verenigde Staten bevraagd over hun angst om dingen te missen. Meer dan de helft van de bevraagden zegt af en toe last te hebben van FOMO.

Bron: http://mashable.com/2012/06/22/fomo-infographic/

Wat zijn de gevolgen?
Mensen met teveel last van FOMO krijgen problemen met kiezen en beslissen omdat ze verstrikt geraken in de angst om iets interessant te missen. FOMO-patiënten hebben concentratie-problemen omdat ze moeilijk kunnen weerstaan aan de drang om alle kanalen te checken in de hoop zo geen interessante dingen te missen.

The fear of missing out might become a self-fulfilling prophecy. The futile attempt to exhaust all available options can lead us to not realizing any option at all and to missing all options altogether.”
Dan Herman
CEO, international strategy Competitive Advantages

Is er een oplossing?
Volgens dit promofilmpje kan je FOMO vermijden met een power-adapter die je 100% garantie geeft op stroom, zodat je altijd en overal online bent en niets kunt missen. Ik ben eerder overtuigd van een oplossing die de stroom af en toe wegneemt.

Terwijl ik dit aan het schrijven was, heb ik minstens 30 leuke dingen gemist. Ik hoop dus dat u dit artikel leuk vindt.

Hoe kijkt Zadie Smith naar de bibliotheek?

Zadie Smith, auteur van onder andere White Teeth, schrijft in haar artikel The North West Londen Blues hoe ze naar bibliotheken kijkt als onderdeel van de stedelijke ruimte.

Ze bezoekt vaak de Willesden Green Library Centre in Brent, een district ten Noord-Westen van Londen. De Willesden Bookshop is gehuisvest in hetzelfde gebouw als de bibliotheek. Het boekengebouw staat op de plaats waar de wekelijkse “French Market” doorgaat.

The key thing about Willesden’s French Market is that it accentuates and celebrates this concrete space in front of Willesden Green Library Centre, which is at all times a meeting place, though never quite so much as it is on market day.

De bibliotheek zegt volgens haar, alleen al door er te staan, dat de buurt een lokale eigenheid heeft. De boekhandel wordt gerund door Helen, een verkoopster die gedreven is door de ambitie om mensen boeken te laten ontdekken die ze niet kennen. De markt doet hetzelfde door een onlogisch gevarieerd aanbod van paraplu’s, bloemen, waterpistolen, oude cd collecties, … aan te bieden. Op deze plaats in de stad heerst serendipiteit boven efficiëntie en winstbejag. Het is een plaats waar je kunt rondhangen zonder doel.

Zadie Smith schreef het artikel naar aanleiding van de plannen om het boekengebouw af te breken en te vervangen door dure flats boven een shoppingcenter. De boekenverkoop en -verhuur geven onvoldoende financiële winst. Ze beschrijft de beslissing als een zoveelste uiting van cultureel vandalisme. Het besef dat de staat ons belangrijkste bezit is, gaat verloren.  We worden gevormd door een land en de buurt waarin we wonen doordat deze voorziet in een specifiek lokale mix van onderwijs, verzorging door artsen, tandartsen, ziekenhuizen, ruimtes om te sporten, muziekscholen, bibliotheken, …

In de context waarin veel digitaal en online verkrijgbaar is, verliest de bibliotheek aan betekenis in de functie van het uitlenen van fysieke boeken. Daarom pleit Zadie Smith om op te houden met de bibliotheekwaarde uit te drukken in cijfers die betrekking hebben op deze achterhaalde functies. We moeten bibliotheken zien als een onderdeel van de stedelijke ruimte. Elke bibliotheek heeft een eigen setting, context en karakter. Sommigen richten zich door hun ligging op het samenwerken met lagere scholen en voorzien activiteiten voor en door kinderen, anderen richten zich meer op universiteitsstudenten, toeristen of senioren, …

Bibliotheken mogen niet verdwijnen omdat het bibliotheken zijn. De ruimte heeft meer betekenis dan het gratis beschikbaar stellen van boeken. Het zijn publieke plaatsen in de stad waar je niets hoeft te kopen, waar je zonder zonder specifiek doel kunt verblijven.

A library is a different kind of social reality (of the three dimensional kind), which by its very existence teaches a system of values beyond the fiscal.

Waarden mogen onlogisch klinken en op emotie gebaseerd zijn. “Omdat we mensen zijn, en geen robotten”, pleit Zadie Smith voor beleidsvoering met meer aandacht voor emoties.

Het artikel The North West London Blues verscheen op 2 juni 2012 op The New York Review of Books blog.

 

Het internet als echokamer

Zoeken moet snel gaan. Wat we niet vinden op de eerste pagina van een Google-zoekresultaat bestaat niet. We gaan er van uit dat Google weet we bedoelen. Daarom verwachten we het juiste antwoord bovenaan. Opnieuw zoeken in miljoenen antwoorden is niet aan de orde. In vele gevallen is het zo dat het voor-ons-juiste antwoord bovenaan staat. Dat komt omdat Google ons heeft leren kennen door de sporen die we achterlaten op het internet. Elke online handeling wordt geregistreerd en onthouden. Zo creëren we ons eigen universum van waarheden en blinde vlekken.

De filter bubble

Eli Pariser
waarschuwt in zijn boek The Filter Bubble voor de gevaren van ons “personal ecosystem of information”. We hebben het idee dat we alles zien, maar we bekijken het internet door een filter waarvan we zelf niet (meer) weten hoe die is samengesteld. Meer nog, we weten ook niet hoe we de filter kunnen afzetten. Pariser benadrukt het feit dat we daardoor een gebrek krijgen aan alternatieve meningen door bijvoorbeeld ooit een artikel over Obama te verkiezen boven een artikel over Romney.

A world constructed from the familiar is a world in which there’s nothing to learn
Eli Pariser in The Economist, 2011 

Het concept van de filter bubble is vergelijkbaar met de relevance paradox. De relevantie wordt berekend door feiten buiten beschouwing te laten. Terwijl dit ook feiten zijn die mee bepalen wat relevant is.

The friendly world syndrome en de echokamer
De bubbel die we zelf creëren geeft ons een geluksgevoel omdat het internet een spiegel wordt van onze eigen interesses en die van onze vrienden. Dean Eckles spreekt in deze context over The Friendly World Syndrome. Op Facebook kunnen we alleen maar dingen leuk vinden. Dat maakt de barrière voor een kritisch discours groter, en de drempel voor impulsieve stellingen kleiner. Het belang van een bericht wordt berekend op basis van de meeste “likes”.

Participants in online communities may find their own opinions constantly echoed back to them, which reinforces their individual belief systems.
How the echo chamber impacts online communities, Wikipedia 

Heb je je ooit afgevraagd waarom bepaalde updates van Facebook-vrienden wel of niet getoond worden? Dat beslist Facebook voor jou op basis van de sporen die jij en je vrienden achterlaten. Hoe dat juist werkt is onduidelijk. Door opties aanpasbaar te maken, krijg je een vals gevoel van controle. Het effect van die aanpassingen is een maand later misschien anders, dus geven we ons uiteindelijk over aan de machine die voor ons beslist.

If we never click on the articles about cooking, or gadgets, or the world outside our country’s borders, they simply fade away. We’re never bored. We’re never annoyed. Our media is a perfect reflection of our interests and desires
Eli Pariser in The Filtre Bubble, 2011

Een machine-mens
Bij alles wat je online doet laat je sporen achter: een link aanklikken, een zoekwoord gebruiken, de tijd tussen een zoekresultaat en de klik naar een website, de personen aan wie je gelinkt bent, de commentaren en vind-ik leuks, een tweet of statusupdate, een blogbericht, de foto’s en filmpjes die je online zet, de plaatsen waar je incheckt, boeken die je online koopt of leest, de taalinstellingen van je browser, de plaats vanwaar je surft, … Elk spoor afzonderlijk lijkt onschuldig. Alle sporen samen zeggen meer over jezelf dan wat je wilt prijsgeven op het internet. Om nog niet te spreken over hoe interessant deze conclusies zijn voor adverteerders. Het internet is een lerend platform waar een machine-mens met berekende kennis in dialoog gaat met echte mensen. Ik ben er zelf niet uit hoe blij we daarmee moeten zijn.

P.S. als je dit artikel interessant vond, dan ben je *zeker* ook geïnteresseerd in social graphs en interest graphs

De inhoudstafel is een boek aan het worden

We kennen Google als een zoekmachine die de inhoud van websites indexeert en presenteert als zoekresultaten. De index van Google is daarmee voor velen de inhoudstafel van het internet. Het doel van een inhoudstafel (index) is: mensen zo snel mogelijk bij de gewenste passage (website) brengen. Het succes van Google is bijgevolg meetbaar als “hoe sneller iemand weg is, hoe beter we geholpen hebben”.
Dat snel willen doorsturen is aan het veranderen.

Op Google.com merk je hoe Google van een inhoudstafel naar een boek aan het evolueren is.  Een aantal van deze veranderingen werken nog niet op Google.be, daarom hier enkele voorbeelden.

Een kookboek
Stel je bent op zoek naar recepten met een specifiek ingrediënt. Als je deze zoektocht start op Google.com, dan kan je het zoekresultaat filteren op “Recipes”. Daarna word je nog altijd doorverwezen naar websites, maar ze zijn gepresenteerd als een on-the-fly samengestelde recepten-website of een kookboek met een interessante inhoudstafel: recepten geordend op kooktijd of het aantal calorieën. Er is ook de mogelijkheid om recepten te kiezen waar bepaalde ingrediënten niet in voorkomen.

Productvergelijkingen
Stel je wilt een iPad case kopen zonder daarvoor alle websites met hun eigen zoek(on)mogelijkheden afzonderlijk te bekijken. Filter dan via Google.com op Shopping en je krijgt een productcatalogus met ook hier de best mogelijke filter-opties: prijs, merk, categorie, … Wil je het in de winkel zelf kopen, of je verzendkosten beperken? Geef dan je locatie door.
Na het kiezen van een product gaat Google verder, met een productpagina alle geaggregeerde data voor jouw verzameld heeft op een overzichtelijke manier.

Een boekencatalogus
Een boek zoeken? Filter je Google-resultaat op boeken en je krijgt aangepaste keuzemogelijkheden die gelijken op de zoekmachine van een bibliotheek. Deze keuzepagina wordt gevolgd door een boekenpagina van Google waar je opties krijgt om te kopen, te lenen of de tekst in te kijken, …

Gevolgen
De tijd die we doorbrengen op individuele websites om een productkeuze te maken, zal mogelijk verschuiven naar een andere plaats. Mensen zullen daardoor minder “binnenkomen” via de homepagina, maar landen op een productpagina. Google is het uitstalraam of de keuzepagina’s van websites aan het overnemen. Hoe lang zal het nog duren voor de koop-knop ook op deze “resultaten”-pagina’s staat? In dat geval zullen we de website van de aanbieder mogelijk niet meer bekijken.
Moeten we dit erg vinden? Ja, als we ons succes teveel meten aan het aantal bezoekers op de eigen website.

Conclusies
Publiceren op het internet is meer dan het publiceren van een website. Het is nodig om ook aandacht te hebben voor het publiceren van (zoek)machine-leesbare gegevens of metadata over elk afzonderlijk product. Heb je geen voldoende gedetailleerde beschrijvingen van je producten? Pech, dan zal je niet zichtbaar zijn op de plaats waar sommigen hun keuze maken. Kwalitatieve metadata produceren is het nieuwe promotie voeren. Denk daarom 2x na vooraleer je een folder laat drukken of een banner gaat publiceren. Het produceren van gedetailleerde en kwalitatieve productbeschrijvingen is een investering die ook op lange termijn kan renderen. Denk maar aan het inzicht dat je ermee kunt krijgen in de interesses van je klanten.

Gisteren, 16 mei 2012, is de Knowledge Graph van Google voorgesteld. Dat is een stap verder in dezelfde richting. Data worden omgezet naar informatie. De zoekmachine is niet meer alleen een inhoudstafel, maar ook het boek.

P.S. Dit artikel gaat over het semantische web, microformats, linked data, schema.org, … maar die woorden zijn niet gebruikt omdat daar al veel over geschreven is door anderen.