Uitgeven en crowdfunding

Op een maand tijd heb ik al 2 keer betaald voor iets wat er nog niet is. Ik heb geld gegeven aan ideeën die via het internet aangekondigd worden en waar het publiek gevraagd wordt om de uitvoering ervan financieel mee te ondersteunen.

Een boek schrijven is voor een auteur altijd een beetje: ik heb een idee en ik ga veel, hard en lang werken in de hoop dat mijn verhaal uitgegeven wordt en daarna ook goed verkoopt. Alle betrokkenen nemen risico’s: de schrijver, de uitgever, de boekhandelaar en de lezer. Ja, want ook als lezer neem je het risico dat je betaalt voor iets wat je misschien niet graag zult lezen, of wat op de stapel te-lezen-boeken komt die uiteindelijk niet gelezen worden.

Crowdfunding is een manier om risico’s te beperken door de investering te verdelen over potentiële kopers en geïnteresseerde sponsors. Zo kan je als persoon of bedrijf mee betalen aan de uitvoering van iemands idee. Crowdfunding is buiten Europa, onder andere via platformen als kickstarter en indiegogo, al een 4-tal jaar één van de opties om een idee tot een product of bedrijf te laten groeien.

De ideeën waarvoor ik geld gegeven heb zijn de Correspondent en Zoë Eisenhoet. Het zijn 2 projecten die willen experimenteren met nieuwe vormen van uitgeven waarbij de zoektocht naar een leespubliek vòòr het schrijven gebeurt. De tekst wordt niet eerst op papier geprint om vervolgens in de winkel te wachten op lezers. Beide projecten willen verhalen brengen die in hoofdzaak via het web verspreid zullen worden. Voor Bruno Lowagie (oprichter van iText en internationaal gerenomeerd specialist op vlak van digitale bestandsformaten) is het mee financieren van het Zoë Eisenhoet verhaal een manier om te zeggen dat hij “tegen papierverspilling is“.

 

De Correspondent

de Correspondent

Zelf was ik meteen gewonnen voor het wie-wat-waarom verhaal waarmee de Correspondent online op zoek ging naar investeerders. Nieuws lees ik meer en meer online en daar ben ik, net zoals op papier, op zoek naar kwaliteit. Het web wordt nog altijd als een vluchtig medium omschreven, maar de toestellen die we vandaag kunnen gebruiken om online te lezen geven het comfort om los van een computertafel te genieten van langere teksten. De makers en bedenkers van de Correspondent zijn op dat vlak veelbelovend.  Bijna 19.000 investeerders hebben samen 1,3 miljoen euro gesponsord. Dat is meer dan 100% van het vooropgestelde startbudget, waarmee bewezen is dat er een publiek bestaat voor het idee en dat er bijgevolg een nieuw bedrijf kan gestart worden.

 

Zoë Eisenhoet

Zoë Eisenhoet

Het andere verhaal, dat van Zoë Eisenhoet, is fictie en zal meerdere dimensies omvatten. Het personage zal vanuit verschillende invalshoeken te volgen zijn: haar droom- en werkwereld zullen op individuele kanalen verschijnen, de gesprekken met lezers zullen mogelijk in het verhaal verwerkt worden en de aard van de sponsoring zal bepalen in welke landen het verhaal zich afspeelt en in welke vormen het zal uitgebracht worden. De ambitie van ianka fleerackers, auteur van het Zoë-verhaal, heeft ook meerder dimensies: onderzoek naar nieuwe vormen van uitgeven, een andere manier om lezers te bereiken, een alternatieve financieringsvorm zoeken en een nieuw genre in het leven roepen. Het Zoë Eisenhoet idee is nog maar recent bekend gemaakt en dus nog volop op zoek naar mede-sponsors.

Doen als manier van denken

Rondom mij merk ik veel schrik over de gevolgen van het internet op de traditionele markt van boeken, kranten en tijdschriften. De sector moet zichzelf, net zoals de muziekbusiness, opnieuw uitvinden en doet dit in vele gevallen nog door hard vast te houden aan wat bestaat en lange tijd succesvol geweest is zonder dat er nog over nagedacht moest worden. Een aantal mensen en organisaties zijn wel hard aan het nadenken over hoe alles zou kunnen veranderen, maar bij de uiteindelijke uitvoering worden weinig of geen risico’s genomen.

Daarom, en ook omdat ik graag lees, heb ik geld gegeven aan durvers die dingen doen als manier om na te denken.

Ben jij ook zo’n durver, of ben je blij dat anderen durven, dan kan je door het sponsoren van verhalen zoals dat van Zoë Eisenhoet meewerken aan een toekomst waarbij het web net zoals papier een middel is om verhalen bij lezers te brengen.

Waarom digitaal lezen niet altijd leuk is

Het is eigen aan een tijd van veel technologische verandering dat de technologie een gespreksonderwerp is. Een bewijs daarvan zijn de duizenden artikelen en meningen over tablets en e-readers. Goed dat hierover geschreven wordt, maar uiteindelijk is die technologie ondergeschikt aan de leeservaring. Wat we denken, doen en voelen bij het gebruik van een toestel is bepalend voor echte verandering.

Oliver Reichenstein beschrijft in een artikel van 14 leesminuten hoe digitale leeservaringen verbeterd kunnen worden. Enkele van zijn bevindingen worden hieronder geciteerd.

Een boek openen en lezen
Een verschil tussen analoog en digitaal lezen is de complexiteit die we moeten overbruggen om een tekst te “bereiken”. Op een leestoestel moet een boek geopend worden volgens de logica van een apparaat. Op het internet moet naar tekst genavigeerd worden volgens een logica van de website-maker. Als we een digitale tekst bereiken, voeren we meer synchrone handelingen uit dan bij het vasthouden van een boek en het omdraaien van papier. We lezen onder andere daardoor nog altijd sneller op papier dan digitaal.

If you are reading online, you descend multiple levels to reach the text. How much more complexity do you need once you reach the ultimate text layer? Why is it that once we reach the text, we hardly stay there for more than a couple of minutes?

Content-architectuur
De vormgeving en organisatie van content bepaalt of we ons graag, comfortabel en geconcentreerd door een tekst bewegen. Een boek zonder lege pagina voor het echte begin is als een huis zonder inkomhal. De cover van een boek kan even bepalend zijn als het uitzicht van een gebouw om het verschil te maken of je er wel of niet binnen wilt stappen. De samenvatting op de achterflap speelt een rol bij het kopen en lezen. De inhoudstafel is een houvast voor en tijdens het lezen zoals dat ook zo is met de bewegwijzering in grote ruimten. Ooit had ik het voorrecht om een roman-manuscript te lezen die in pakketjes verspreid over de tijd in mijn mailbox kwam. Ik heb de documenten niet afgedrukt maar digitaal gelezen. Het was niet het digitale lezen wat me in de war bracht maar het ontbreken van architectuur om het boek als een totaalervaring te beleven.

In books the transitions between the different levels or frames are clearly separated with empty pages. They act like airlocks. You know when you enter a new level, and when you leave it.
Just like a digital text, a printed text is embedded in different invisible frames through which you need to cross to get to the body text. There are various ways to embed text in a book, magazine or pamphlet.

Lezen is focussen
Lezen is een vorm van luisteren. Om goed te luisteren zijn ruimte en omgeving even belangrijk als de manier waarop iets verteld wordt. De vorm is naast de inhoud van belang om te kunnen focussen.

To be able to design a better reading experience at the most basic level, we have to understand how to bring digital reading into a form of continuity. And to get there we need to find out what makes and breaks continuity.

Zoals Oliver Reichenstein beschrijft is het niet zo dat het kopiëren van analoge leesmodellen de perfecte digitale leeservaring oplevert. De extra navigatiemogelijkheden die online mogelijk zijn, hoeven niet genegeerd te worden om een gefocuste leeservaring te designen.

De basis moet goed zitten
Veel digitale content mist een goede toepassing van de basis-elementen: leestypografie, bladspiegel en focus op tekst. Het is niet nodig om een blad papier na te bootsen. Het is zelfs niet nodig om het draaien van een blad papier na te bootsen. Er is wel meer aandacht nodig voor de opmaak en presentatie van tekst. Comfortabel lezen vraagt voldoende  ruimte tussen de letters en de tekstregels. Blanco ruimte naast de tekst is belangrijk. Niet elk lettertype leest even gemakkelijk. Verwijzingen naar 101 dingen die niet relevant zijn om de tekst zelf te begrijpen leiden af. Te kleine letters zijn vermoeiend om te lezen. Een slecht kleurcontrast tussen tekst en achtergrond doet lezers afhaken, … En niet te vergeten: grammaticaal gebruik van hoofdletters is van belang. (Ja, er zijn designers die hoofdletters niet mooi vinden, maar alleen kleine letters of alleen grote letters zijn vermoeiend om te lezen. Echt waar.)
Het is geen oplossing om alle opties instelbaar te maken en het leesdesign over te laten aan eindgebruikers. Wat er mooi uitziet is niet altijd hetzelfde als wat ergonomisch interessant is.

Good typography does not look nice to please type nerds. Primarily, well set type reads well. It captivates, leads along, and doesn’t let you escape: it creates continuity.”
“In a well crafted book every single letter has its correct position in the whole of the text body to guarantee maximum readability and — through this — continuity of the reading experience

Readability to the rescue
Het is vreemd om te zien hoeveel er geïnvesteerd wordt in online content en hoe weinig deze inhoud op een volwaardige manier gepresenteerd wordt. Waarom teksten produceren om ze te publiceren op pagina’s waar de tekst met moeite vindbaar is? Waarom wordt een webpagina ingedeeld in 10 of meer publicatiezones? (Ja, bekijk maar sommige blogtemplates. En inderdaad, ook deze tekst kan beter gepresenteerd worden.)

Ik gebruik vaak Readability om een online tekst beter te kunnen lezen. Met de “Read Now” optie van de Readability-browser plugin wordt de tekst van een webpagina op een leesbare manier getoond.Het is een oplossing. Maar het is een extra stap die ik liever niet nodig zou hebben.

 

Heb jij FOMO?

FOMO is de naam voor het gevoel van schrik om dingen te missen, of de Fear Of Missing Out. Het sociale web maakt ons meer dan ooit bewust van alles waar we niet bij zijn. Status-updates op Facebook, Twitter, Foursquare, Instagram… wrijven het live in ons gezicht: X zit met Y op restaurant en wat ze eten ziet er heerlijk uit, foto’s van dansfeestjes waar de ambiance op beeld er beter uitziet dan in het echt, iemand checkt in op een concert of tentoonstelling waarvan je niet op de hoogte was, tweets van conferenties waar je niet bij bent, …  Het lijkt erop dat mensen met hun status-updates en bijhorende beeld-bewijsmateriaal een doel hebben: anderen jaloers maken.


De momenten waarop je thuis bent met het plan om niets te doen zijn net ook die momenten waarop er tijd is om doelloos rond te hangen op het web. Op dat moment worden we geconfronteerd met de 101 leuke dingen die we aan het missen zijn. Het gevoel van dingen missen is niet nieuw, maar wordt versterkt doordat we met weinig inspanning veel kunnen zien en volgen. Het aantal mensen dat online in beeld is, is groter dan de groep mensen van wie je hun doen en laten volgt via regelmatig contact. Het real-time delen, de bijhorende locatie-gegevens, en de beelden versterken het gevoel iets te missen meer dan iemands verhaal van wat hij of zij gaat doen of gedaan heeft.

Wie heeft er last van?
Uit onderzoek van JWT Intelligence blijkt dat mannen meer last hebben van FOMO dan vrouwen. In januari 2012 werden 869 volwassenen en 60 jongeren uit de Verenigde Staten bevraagd over hun angst om dingen te missen. Meer dan de helft van de bevraagden zegt af en toe last te hebben van FOMO.

Bron: http://mashable.com/2012/06/22/fomo-infographic/

Wat zijn de gevolgen?
Mensen met teveel last van FOMO krijgen problemen met kiezen en beslissen omdat ze verstrikt geraken in de angst om iets interessant te missen. FOMO-patiënten hebben concentratie-problemen omdat ze moeilijk kunnen weerstaan aan de drang om alle kanalen te checken in de hoop zo geen interessante dingen te missen.

The fear of missing out might become a self-fulfilling prophecy. The futile attempt to exhaust all available options can lead us to not realizing any option at all and to missing all options altogether.”
Dan Herman
CEO, international strategy Competitive Advantages

Is er een oplossing?
Volgens dit promofilmpje kan je FOMO vermijden met een power-adapter die je 100% garantie geeft op stroom, zodat je altijd en overal online bent en niets kunt missen. Ik ben eerder overtuigd van een oplossing die de stroom af en toe wegneemt.

Terwijl ik dit aan het schrijven was, heb ik minstens 30 leuke dingen gemist. Ik hoop dus dat u dit artikel leuk vindt.

Hoe kijkt Zadie Smith naar de bibliotheek?

Zadie Smith, auteur van onder andere White Teeth, schrijft in haar artikel The North West Londen Blues hoe ze naar bibliotheken kijkt als onderdeel van de stedelijke ruimte.

Ze bezoekt vaak de Willesden Green Library Centre in Brent, een district ten Noord-Westen van Londen. De Willesden Bookshop is gehuisvest in hetzelfde gebouw als de bibliotheek. Het boekengebouw staat op de plaats waar de wekelijkse “French Market” doorgaat.

The key thing about Willesden’s French Market is that it accentuates and celebrates this concrete space in front of Willesden Green Library Centre, which is at all times a meeting place, though never quite so much as it is on market day.

De bibliotheek zegt volgens haar, alleen al door er te staan, dat de buurt een lokale eigenheid heeft. De boekhandel wordt gerund door Helen, een verkoopster die gedreven is door de ambitie om mensen boeken te laten ontdekken die ze niet kennen. De markt doet hetzelfde door een onlogisch gevarieerd aanbod van paraplu’s, bloemen, waterpistolen, oude cd collecties, … aan te bieden. Op deze plaats in de stad heerst serendipiteit boven efficiëntie en winstbejag. Het is een plaats waar je kunt rondhangen zonder doel.

Zadie Smith schreef het artikel naar aanleiding van de plannen om het boekengebouw af te breken en te vervangen door dure flats boven een shoppingcenter. De boekenverkoop en -verhuur geven onvoldoende financiële winst. Ze beschrijft de beslissing als een zoveelste uiting van cultureel vandalisme. Het besef dat de staat ons belangrijkste bezit is, gaat verloren.  We worden gevormd door een land en de buurt waarin we wonen doordat deze voorziet in een specifiek lokale mix van onderwijs, verzorging door artsen, tandartsen, ziekenhuizen, ruimtes om te sporten, muziekscholen, bibliotheken, …

In de context waarin veel digitaal en online verkrijgbaar is, verliest de bibliotheek aan betekenis in de functie van het uitlenen van fysieke boeken. Daarom pleit Zadie Smith om op te houden met de bibliotheekwaarde uit te drukken in cijfers die betrekking hebben op deze achterhaalde functies. We moeten bibliotheken zien als een onderdeel van de stedelijke ruimte. Elke bibliotheek heeft een eigen setting, context en karakter. Sommigen richten zich door hun ligging op het samenwerken met lagere scholen en voorzien activiteiten voor en door kinderen, anderen richten zich meer op universiteitsstudenten, toeristen of senioren, …

Bibliotheken mogen niet verdwijnen omdat het bibliotheken zijn. De ruimte heeft meer betekenis dan het gratis beschikbaar stellen van boeken. Het zijn publieke plaatsen in de stad waar je niets hoeft te kopen, waar je zonder zonder specifiek doel kunt verblijven.

A library is a different kind of social reality (of the three dimensional kind), which by its very existence teaches a system of values beyond the fiscal.

Waarden mogen onlogisch klinken en op emotie gebaseerd zijn. “Omdat we mensen zijn, en geen robotten”, pleit Zadie Smith voor beleidsvoering met meer aandacht voor emoties.

Het artikel The North West London Blues verscheen op 2 juni 2012 op The New York Review of Books blog.

 

Het internet als echokamer

Zoeken moet snel gaan. Wat we niet vinden op de eerste pagina van een Google-zoekresultaat bestaat niet. We gaan er van uit dat Google weet we bedoelen. Daarom verwachten we het juiste antwoord bovenaan. Opnieuw zoeken in miljoenen antwoorden is niet aan de orde. In vele gevallen is het zo dat het voor-ons-juiste antwoord bovenaan staat. Dat komt omdat Google ons heeft leren kennen door de sporen die we achterlaten op het internet. Elke online handeling wordt geregistreerd en onthouden. Zo creëren we ons eigen universum van waarheden en blinde vlekken.

De filter bubble

Eli Pariser
waarschuwt in zijn boek The Filter Bubble voor de gevaren van ons “personal ecosystem of information”. We hebben het idee dat we alles zien, maar we bekijken het internet door een filter waarvan we zelf niet (meer) weten hoe die is samengesteld. Meer nog, we weten ook niet hoe we de filter kunnen afzetten. Pariser benadrukt het feit dat we daardoor een gebrek krijgen aan alternatieve meningen door bijvoorbeeld ooit een artikel over Obama te verkiezen boven een artikel over Romney.

A world constructed from the familiar is a world in which there’s nothing to learn
Eli Pariser in The Economist, 2011 

Het concept van de filter bubble is vergelijkbaar met de relevance paradox. De relevantie wordt berekend door feiten buiten beschouwing te laten. Terwijl dit ook feiten zijn die mee bepalen wat relevant is.

The friendly world syndrome en de echokamer
De bubbel die we zelf creëren geeft ons een geluksgevoel omdat het internet een spiegel wordt van onze eigen interesses en die van onze vrienden. Dean Eckles spreekt in deze context over The Friendly World Syndrome. Op Facebook kunnen we alleen maar dingen leuk vinden. Dat maakt de barrière voor een kritisch discours groter, en de drempel voor impulsieve stellingen kleiner. Het belang van een bericht wordt berekend op basis van de meeste “likes”.

Participants in online communities may find their own opinions constantly echoed back to them, which reinforces their individual belief systems.
How the echo chamber impacts online communities, Wikipedia 

Heb je je ooit afgevraagd waarom bepaalde updates van Facebook-vrienden wel of niet getoond worden? Dat beslist Facebook voor jou op basis van de sporen die jij en je vrienden achterlaten. Hoe dat juist werkt is onduidelijk. Door opties aanpasbaar te maken, krijg je een vals gevoel van controle. Het effect van die aanpassingen is een maand later misschien anders, dus geven we ons uiteindelijk over aan de machine die voor ons beslist.

If we never click on the articles about cooking, or gadgets, or the world outside our country’s borders, they simply fade away. We’re never bored. We’re never annoyed. Our media is a perfect reflection of our interests and desires
Eli Pariser in The Filtre Bubble, 2011

Een machine-mens
Bij alles wat je online doet laat je sporen achter: een link aanklikken, een zoekwoord gebruiken, de tijd tussen een zoekresultaat en de klik naar een website, de personen aan wie je gelinkt bent, de commentaren en vind-ik leuks, een tweet of statusupdate, een blogbericht, de foto’s en filmpjes die je online zet, de plaatsen waar je incheckt, boeken die je online koopt of leest, de taalinstellingen van je browser, de plaats vanwaar je surft, … Elk spoor afzonderlijk lijkt onschuldig. Alle sporen samen zeggen meer over jezelf dan wat je wilt prijsgeven op het internet. Om nog niet te spreken over hoe interessant deze conclusies zijn voor adverteerders. Het internet is een lerend platform waar een machine-mens met berekende kennis in dialoog gaat met echte mensen. Ik ben er zelf niet uit hoe blij we daarmee moeten zijn.

P.S. als je dit artikel interessant vond, dan ben je *zeker* ook geïnteresseerd in social graphs en interest graphs

De inhoudstafel is een boek aan het worden

We kennen Google als een zoekmachine die de inhoud van websites indexeert en presenteert als zoekresultaten. De index van Google is daarmee voor velen de inhoudstafel van het internet. Het doel van een inhoudstafel (index) is: mensen zo snel mogelijk bij de gewenste passage (website) brengen. Het succes van Google is bijgevolg meetbaar als “hoe sneller iemand weg is, hoe beter we geholpen hebben”.
Dat snel willen doorsturen is aan het veranderen.

Op Google.com merk je hoe Google van een inhoudstafel naar een boek aan het evolueren is.  Een aantal van deze veranderingen werken nog niet op Google.be, daarom hier enkele voorbeelden.

Een kookboek
Stel je bent op zoek naar recepten met een specifiek ingrediënt. Als je deze zoektocht start op Google.com, dan kan je het zoekresultaat filteren op “Recipes”. Daarna word je nog altijd doorverwezen naar websites, maar ze zijn gepresenteerd als een on-the-fly samengestelde recepten-website of een kookboek met een interessante inhoudstafel: recepten geordend op kooktijd of het aantal calorieën. Er is ook de mogelijkheid om recepten te kiezen waar bepaalde ingrediënten niet in voorkomen.

Productvergelijkingen
Stel je wilt een iPad case kopen zonder daarvoor alle websites met hun eigen zoek(on)mogelijkheden afzonderlijk te bekijken. Filter dan via Google.com op Shopping en je krijgt een productcatalogus met ook hier de best mogelijke filter-opties: prijs, merk, categorie, … Wil je het in de winkel zelf kopen, of je verzendkosten beperken? Geef dan je locatie door.
Na het kiezen van een product gaat Google verder, met een productpagina alle geaggregeerde data voor jouw verzameld heeft op een overzichtelijke manier.

Een boekencatalogus
Een boek zoeken? Filter je Google-resultaat op boeken en je krijgt aangepaste keuzemogelijkheden die gelijken op de zoekmachine van een bibliotheek. Deze keuzepagina wordt gevolgd door een boekenpagina van Google waar je opties krijgt om te kopen, te lenen of de tekst in te kijken, …

Gevolgen
De tijd die we doorbrengen op individuele websites om een productkeuze te maken, zal mogelijk verschuiven naar een andere plaats. Mensen zullen daardoor minder “binnenkomen” via de homepagina, maar landen op een productpagina. Google is het uitstalraam of de keuzepagina’s van websites aan het overnemen. Hoe lang zal het nog duren voor de koop-knop ook op deze “resultaten”-pagina’s staat? In dat geval zullen we de website van de aanbieder mogelijk niet meer bekijken.
Moeten we dit erg vinden? Ja, als we ons succes teveel meten aan het aantal bezoekers op de eigen website.

Conclusies
Publiceren op het internet is meer dan het publiceren van een website. Het is nodig om ook aandacht te hebben voor het publiceren van (zoek)machine-leesbare gegevens of metadata over elk afzonderlijk product. Heb je geen voldoende gedetailleerde beschrijvingen van je producten? Pech, dan zal je niet zichtbaar zijn op de plaats waar sommigen hun keuze maken. Kwalitatieve metadata produceren is het nieuwe promotie voeren. Denk daarom 2x na vooraleer je een folder laat drukken of een banner gaat publiceren. Het produceren van gedetailleerde en kwalitatieve productbeschrijvingen is een investering die ook op lange termijn kan renderen. Denk maar aan het inzicht dat je ermee kunt krijgen in de interesses van je klanten.

Gisteren, 16 mei 2012, is de Knowledge Graph van Google voorgesteld. Dat is een stap verder in dezelfde richting. Data worden omgezet naar informatie. De zoekmachine is niet meer alleen een inhoudstafel, maar ook het boek.

P.S. Dit artikel gaat over het semantische web, microformats, linked data, schema.org, … maar die woorden zijn niet gebruikt omdat daar al veel over geschreven is door anderen.

Moeder, waarom zoeken wij?

Zoeken is mijn passie en beroep. Het boeit mij om na te denken over de snelste manier om dingen te vinden. Of, hoe je tijdens een zoektocht interessante dingen kunt tegenkomen die je niet zocht. Bibliotheken waren voor mij lange tijd de speelplaats om me al zoekend-naar-antwoorden of nieuwe dingen uit te leven. Op de bibliotheekschool heb ik geleerd hoe erg er nagedacht is over ordeningssystemen om het zoeken in grote collecties te vereenvoudigen. Tijdens mijn werk voor de bibliotheeksector heb ik mee nagedacht over die systemen en ze vertaald naar zoekoplossingen voor het internet. Als informatie architect in een webbedrijf heb ik mijn speelveld verruimd naar alle sectoren die gegevens met een specifiek doel publiceren op het internet.

Wat me vandaag het meeste boeit, is het achterhalen van zoekintenties. Waarom surft iemand op het internet? Wat willen mensen doen of zoeken op een specifieke website? Hoe kan je daarop inspelen? Kan je iemand zijn intentie veranderen? Evolueert ons zoekgedrag door trends, of zijn trends het gevolg van een evoluerend gedrag? In een sector waar verandering de enige constante is, kan je leren uit het zoeken naar de constantes die schuil gaan achter die veranderingen. Alles wat we doen, doen we met een bepaalde intentie. Dat is ook zo op het internet. Enkele constantes in ons gedrag op het internet zijn:

  • Known item searches: ik weet exact wat ik zoek
    Bv. ik wil via Amazon.com de gedrukte versie van de biografie van Steve Jobs in het Engels bestellen
    ik wil via de website van de NMBS zoeken wanneer de eerstvolgende trein van Gent naar Brussel vertrekt, …
  • Semi known item searches: ik weet ongeveer wat ik zoek
    Bv. ik zoek informatie over musea in Berlijn, ik wil mijn citytrip naar Berlijn online boeken, …
  • Discovery ik ben op zoek naar inspiratie
    Bv. ik wil mijn keuken herinrichten en zoek online naar inspiratie
  • Experiences: ik ben op zoek naar afleiding, sociale interactie, ontspanning, competitie, vrienden, …

Het is interessant om te beseffen dat je met slim georganiseerde websites een intentie kunt wijzigen. Amazon is daar het schoolvoorbeeld van: ook al weet je exact wat je wilt kopen, de kans is groot dat je (nog 2 of meer) andere dingen koopt omdat er ingespeeld wordt op de interesses die je blootgeeft met je zoekhistoriek en aankoopbeslissingen. Bij het zoeken naar inspiratie om je meubels te verplaatsen, bestaat de kans dat je beslist om een volledig nieuwe keuken te kopen. Het kan nog drastischer: tijdens het boeken van een citytrip naar Berlijn kan je afgeleid worden door een vacature in de reissector en online solliciteren in plaats van een reis boeken. Misschien was je echte intentie in dit geval het zoeken naar verandering in je leven.
Sociale media spelen in op de non-search experiences. Het zijn plaatsen waar je naartoe gaat als ontspanning, op zoek naar sociale interactie, … Het zijn ook de plaatsen bij uitstek die onze gedragsintentie beïnvloeden. Wat begint als het zoeken naar afleiding kan overgaan in het online kopen van een boek waarover iemand iets zegt op Facebook, het lezen van een artikel dat aanbevolen wordt door iemand uit je professionele netwerk, …

Een goed opgebouwde informatie architectuur houdt bewust rekening met menselijke intenties. Wat je vandaag ziet is nog te dikwijls gebaseerd op het kunnen of niet kunnen van de onderliggende technische structuur en/of de makers. Evengoed zijn het ook organisaties of bedrijven die niet duidelijk weten of kunnen kiezen op welke intentie(s) ze het meest willen inspelen en zich daardoor laten leiden door de mogelijkheden van bestaande systemen. Als resultaat hiervan krijg je producten waarvan het doel niet duidelijk is. Er wordt op alle intenties een beetje ingespeeld, en op elk scherm kan alles.
Mijn pleidooi is om meer te durven spreken over de menselijke aspecten. Nu de techniek nog zo weinig grenzen heeft.

Waar kan ik mijn boeken inruilen voor e-boeken?

© http://www.home-designing.com/

© home-designing.com

Ik lees veel tekst. Ook boeken. Ik lees boeken die op papier gedrukt zijn, en ook digitale boeken op het scherm van mijn computer, smartphone, tablet en e-reader.

Soms koop ik boeken, vooral gedrukte boeken. Het gevolg van dat kopen is soms ballast. Ballast van dingen die je eens-gelezen nooit meer aanraakt. Sommigen vinden boeken in huis mooi om te zien. Ik vind dat ook, maar het is niet zo dat ik alles wil blijven zien wat ik ooit gekocht of gelezen heb. Er is een kleine selectie van boeken die ik om een bepaalde reden wil houden. En toch heb ik een te grote kamer vol boeken. Dat komt omdat ik boeken ook bewaar vanuit het idee ze nog opnieuw te willen lezen, of er iets in op te zoeken. Het is dus niet om die boeken ten allen tijde te kunnen ‘zien’.

Voor mij zou het gemakkelijker zijn om boeken weg te doen als ik de inhoud ervan digitaal zou hebben. In een goed georganiseerde digitale bibliotheek is zoeken gemakkelijker en heb je de inhoud op veel meer plaatsen bij de hand dan enkel in die ene kamer-vol-boeken.

 

Vandaar de vraag: kan ik mijn fysieke boeken ergens inruilen voor hun digitale variant?

Ik werk al lang genoeg in de boeken-, bibliotheek- en IT-wereld om te beseffen dat dit in mijn leven nooit zal gebeuren. Er zijn nog altijd organisatorische, juridische, technische en andere obstakels waardoor we met veel balast blijven zitten. Goed dus dat boeken ook mooi zijn om naar te kijken.

 

 

 

Werelddag Informatie Architectuur in Gent

Het nadeel van zelf iets te organiseren, is dat je geen tijd hebt om er op tijd over te bloggen. Bij deze nog een laat schrijfsel over de Informatie Architectuurdag op 11 februari 2012 in Gent om te zeggen dat wie er niet bij was iets gemist heeft.

Eerst was er het idee om mensen samen te brengen die bezig zijn met informatie architectuur. Daarna bleek dat die behoefte ook bestaat in andere landen, en dat er zelfs een dag voor in het teken werd gesteld: the World IA Day.

Een website, enkele sponsors en tweets later hadden we een evenement met 75 inschrijvingen en 25 sprekers. Jammer voor de 20 laatsten, want die kwamen door het onverwachte succes en het daarbij horende plaatsgebrek op de reservelijst.

Die zaterdag op de Voorhavenlaan was -al zeg ik het zelf- een topdag.  Wat ik eruit geleerd heb is dat zo’n dag opzetten veel tijd kost, maar dat het die tijd absoluut waard is.  Vele mensen zijn in evenveel verschillende omgevingen met gelijkaardige dingen bezig en hebben de behoefte om daar met elkaar over te praten. Het succes van Twitter is grotendeels vanuit deze behoefte verklaarbaar.  Het is ook dankzij Twitter mensen na een virtuele ontmoeting goesting krijgen om elkaar in het echt te zien om te kunnen praten in zinnen die langer zijn dan 140 karakters.

Een vervolg?

Uit goede bron heb ik vernomen dat er een vervolg komt. Volgend jaar, in een stad waarvan de naam ook 4 letters telt, de eerste 3 letters zijn dezelfde als GENt.

De sfeer

Met dank aan LBi

De inhoud

Enkele presentaties

Meer presentaties

Wat anderen schreven

Thomas Troch, Koen Verbrugge, Sven Demeyere, Ilse Jansoone, Gino Lardon

Dankuwel!

Bedankt aan alle sprekers, het keuken- en barpersoneel, de sponsors, cameramannen, fotografen, mijn collega’s geluidsmannen, netwerkbeheerders, moderators, portiers, en de geïnteresseerde, kritische, zeer kritische en minder kritische luisteraars.

Jane Birkin

Jane Birkin was in Gent gisteren.
‘s Morgens heeft ze gewandeld door het centrum zonder herkend te worden,
zo zei ze ‘s avonds in de Handelsbeurs.
Ik zou ze ook niet herkend hebben als een bijna 66-er.

Ze huppelde 2 uur lang vrolijk en soms ook minder vrolijk op het podium.
Ze werd geleid door top-muzikanten uit Japan.
Het niet meer zo jonge publiek was onder de indruk. Ik ook.